Kwaliteit maken met parkeren
Lezing door Bart van der Vossen op het Vexpan Congres, 9 November 2006
U bevindt zich in goed gezelschap. U werkt, op welke manier dan ook, aan parkeervoorzieningen in Nederland. Daarmee behoort u tot een groep van mensen die de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloedt.
Parkeren is natuurlijk een moneymaker, maar wij vinden het interessanter om te kijken naar parkeren als motor voor stedelijke en ruimtelijke kwaliteit.
Vanuit de praktijk van ons kantoor, enmet af en toe een uitstapje, zal ik u laten zien hoe wij werken aan parkeren. Wij doen dat op verschillende schaalniveaus. Op de schaal van gebiedsontwikkeling en strategie. Op de stedenbouwkundige schaal; binnenstedelijk of in het buitengebied. En op het schaalniveau van het centrumplan en het binnenstedelijk combinatiegebouw. Wij werken, en dat geldt eigenlijk voor veel van onze projecten, door alle schalen heen.
Voor al die schalen geldt: geen plan zonder goed proces. Met name in de vroege eerste fasen van het proces is de samenwerking tussen partijen van groot belang. Wij werken vaak in een workshop met alle betrokken partijen de eerste stappen uit. Zo wordt het talent van de verschillende disciplines gestapeld. En misschien nog belangrijker: er wordt committent en kleefkracht opgebouwd tussen de betrokkenen. Die is belangrijk voor het vervolg. Zo kun je elkaar vasthouden.
Bij gebiedsontwikkeling en suburbaan wonen is het parkeren vaak nog een rekenkundige kwestie. Het gaat om het ruimtebeslag van de parkerende auto’s in relatie tot de gestelde norm. Het lijkt eenvoudig, maak kan door veronachtzaming en grondpolitiek zo uitpakken dat er onomkeerbare schade ontstaat.
Toch valt hier al een onvoorstelbare winst te behalen door goede randvoorwaarden in de masterplanning op te stellen. Zo is op IJburg, waar mijn bureaugenoot Kees Rijnboutt voorzitter van het kwaliteitsteam is, vastgesteld dat het gehele bewonersparkeren onder of in de gebouwen afgehandeld moet worden. In het Masterplan voor de Noordoevers zijn de gebouwmaten reeds afgestemd op de er onder geprojecteerde garages. Voor het gebiedsontwikkelingproject in de Bloemendalerpolder, bestaande uit 4500 voornamelijk grondgebonden woningen, is bepaald dat de auto op eigen terrein of als onderdeel van het huis opgenomen moet worden. Deze beslissingen hebben enorme invloed op het ruimtebeslag en de kwaliteit die te behalen is in de openbare ruimte. In Ypenburg is in een deelplan van kantoorgenoot Dick van Gameren door grote inventiviteit en door de toepassing van een scala aan verschillende oplossingen voor parkeren een grote differentiatie ontstaan in de openbare ruimte. Een laatste voorbeeld: het door ons gemaakte ontwerp voor een appartementengebouw in de Groote Wielen. De norm is hier overigens 1 op 1,6. De auto wordt hartelijk ontvangen, en legt feitelijk een architecturale route af. Ook in de garage is er altijd contact met buiten, en het wateroppervlak weerspiegelt het licht tegen de onderkant van het plafond. De auto is mooi opgeborgen, maar wordt niet weggestopt. De binnentuin en de trappen aan het water die door deze oplossing ontstaan, zijn overdag toegankelijk voor iedereen die in de buurt woont.
Als ook de beeldbepalende randvoorwaarden voor het parkeren van bezoekers, bijvoorbeeld in samenwerking met de landschapsarchitect, meegenomen worden in de investeringsmodellen, is in een vroeg stadium een bepalend onderdeel van de uiteindelijke ruimtelijke kwaliteit gezekerd. Het gaat hier feitelijk om de kwaliteit van de omgeving en de relatie met de woning.
In de stad is al een tijdje een omwenteling gaande. In het verleden werd de auto in de binnenstad hartelijk ontvangen op parkeerterreinen aan de randen van een al dan niet overdekt winkelcentrum. Dat is goed te zien aan deze luchtopname van de binnenstad van Amstelveen.
Door het toegenomen autobezit en de gegroeide welvaart is deze situatie niet meer toereikend. Deze situatie in het verleden als modern (Amerikaans) ervaren. Tegenwoordig is de waardering heel anders. In tien jaar tijd is, wederom onder supervisie van Kees Rijnboutt, het centrum van Amstelveen totaal veranderd. Door integrale planvorming is niet alleen het winkel- en voorzieningenareaal aangepast. Ook de parkeervoorzieningen van auto’s, brommers en fietsen worden nu voor een groot gedeelte ondergronds afgehandeld. Ook op gebouwniveau is er een verregaande functionele integratie tot stand gekomen. Een vervoerscentrum in geïntegreerd opgenomen, de supermarkt is toegankelijk vanuit de garage, en vanuit de bibliotheek is het busstation en de inrit van de 950 plaatsen grote parkeergarage te beleven. Wat heel mooi is: de auto wordt nog steeds hartelijk ontvangen.
Van vergelijkbare grootte, maar veel stedelijker is de garage onder het Rustenburg Complex in Zaanstad, hier is een compacte, drie lagen diepe garage van 950 plaatsen de motor in transformatie van het gehele winkelcentrum. Aanleiding voor deze enorme operatie is de constatering dat Zaanstad rijker geworden was, maar het winkelapparaat daarop geen antwoord kon geven: het gevolg is dat de klanten nu elders winkelen. Door deze impuls in het centrum gaat Zaanstad het winkelend publiek weer aan zich binden.
In Geleen is bijna sprake van een omgekeerde beweging. Hier werken wij al een aantal jaren aan het centrumplan voor de binnenstad. Hier zijn de gevolgen van de sluiting van de mijnen nog zichtbaar. De stad zit te ruim in haar jas. Het winkelgebied is te groot, er staan veel winkels leeg. Toen wij in 2001 met het werk startten was de situatie buitengewoon treurig: leegstaande winkels en enorme desolate parkeervelden midden in de binnenstad. Het centrum wordt compacter, intiemer en veiliger gemaakt, en krijgt weer een eigen identiteit. Naast de reorganisatie van de winkels worden 700 woningen toegevoegd, en er komt een 400 plaatsen grote parkeergarage onder het centrale plein. De bouw is gestart en alle winkelruimte is verhuurd.
Door voor het centrum van de Vinexwijk Blixembosch in Eindhoven al tijdens de architectenselectie de stedenbouwkundige uitgangspunten met betrekking tot het parkeren ter discussie te stellen, ontstonden er goede kansen om een echt centrum te maken. Aanvankelijk was het voorstel al het parkeren op te lossen op maaiveld. Uiteindelijk is hier een ondergrondse garage gekomen. Daardoor konden er extra woningen en een uitgebreider programma zorg- en welzijnsvoorzieningen gerealiseerd worden. Het parkeren voor bezoekers is tot op heden gratis. De winkeliers betalen feitelijk via de huur voor de winkel gezamenlijk de garage.
In Amsterdam Zuidoost is een grote ruimtelijke en fysieke transformatie bijna afgerond. Als onderdeel van die ingrijpende stedenbouwkundige aanpassingen van de originele uitgangspunten (functiescheiding) verandert de omgeving van het winkelcentrum de Amsterdamse Poort volledig. Een nieuw autovrij plein biedt plaats aan een meerdaagse markt. Daaromheen wordt een scala aan gemeentelijke voorzieningen gerealiseerd. Het grootste gedeelte van de honingraatflats is gesloopt en vervangen door laagbouw. Aanvankelijk bevond zich onder de opgetilde Bijmerdreef openbare ruimte en een aantal kiosken. Midden jaren negentig was dit een absolute no-go area. Doordat de complete bevoorrading van het winkelcentrum aan deze weg is gekoppeld kon de weg niet, zoals op andere plaatsen, op maaiveld gelegd worden. De ruimte onder deze weg is nu omgevormd tot een afgesloten 600 plaatsen grote garage en een grote fietsenstalling.
Er komt middels grote glazen lantaarns, dit zijn de nooduitgangen, daglicht in de garage. Daarnaast zijn er zogenaamde boombakken opgenomen om het mogelijk te maken op 4,5 meter boven maaiveld op de Bijlmerdreef bomen te planten. De speedgates van de in- en uitritten zijn uitgevoerd met een beplating waarvan de perforatie op basis van een kunstproject dat stand is gekomen. De sociale veiligheid en de leefbaarheid zijn, mede door het sterk terugdringen van de openbare ruimte, enorm toegenomen.
Ik zou nog een tijdje door kunnen gaan met het bespreken van voorbeelden waarbij feitelijk in alle gevallen het parkeren een onlosmakelijk onderdeel vormt van de kwaliteitsverbetering in het openbare gebied.
Op een drietal punten wil ik, het gaat hier vandaag tenslotte om een proceswijzer, de nadruk leggen.
De kracht van een Plan: een ontwerp is in veel gevallen het beste communicatiemiddel voor een heel scala aan betrokkenen. Daarbij is een open opstelling van de makers voor reacties en input van belang. Een plan kan alleen maar beter worden.
Werk Integraal: wij hebben goede ervaringen met het werken in een workshop. In een vroeg stadium samenwerken met alle betrokken disciplines geeft een grote meerwaarde aan het plan.
Begin op Tijd: stel je kwetsbaar op, heb vertrouwen. Reeds in een vroeg stadium kunnen marktpartijen, het openbaar bestuur en belanghebbenden betrokken worden in de planvorming. Een kijkje in de keuken door anderen geeft verassende input en voorkomt dat groepen het gevoel hebben buitengesloten te worden in de planvorming.
Daarmee ben ik aan het einde van mijn bijdrage, U bevindt zich in goed gezelschap. Ik heb u verduidelijkt hoe u in uw werk in de gelegenheid bent een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de openbare ruimte in Nederland. Daarmee kunt u zich gelukkig prijzen.






