Symposium ‘Hoe organiseer je een mooie stad?’

Op maandag 16 april heeft in het Spoorwegmuseum te Utrecht het symposium ‘Hoe organiseer je een mooie stad?’ plaatsgevonden. Het werd georganiseerd door stedenbouwkundige en filosoof Jan den Boer die als senior projectmanager bij de gemeente Utrecht werkt. Aanleiding hiervoor is zijn ambitie, een gevoel voor schoonheid onder brede aandacht van vakgenoten en betrokkenen te brengen. Hij heeft zijn ‘passie voor de stad’ neer gelegd in een boek met dezelfde titel.

Poster van het symposium

Ter inleiding van het debat over schoonheid kregen meerdere deskundigen de kans hun visie op een mooie stad aan de hand van beeldmateriaal en een korte lezing toe te lichten.

Na een inleiding van Jan den Boer, die het publiek rechtstreeks aansprak op hun gevoel voor schoonheid, waren de sprekers, naast Kees Rijnboutt, Hans Mulder, Lodewijk Baljon, Anco Schut, Adri Dorrestein en Max van Huut, als vervanger van Ashok Bhalotra.

Op het podium: M. Lenagh, J. den Boer, K. Rijnboutt, M. v. Huut, H. Mulder, L. Baljon, A. Schut, A. Dorrestein

Onder voorzitterschap van Madeleine Lenagh kon het publiek van de druk bezochte theaterzaal na de pauze met de sprekers op het podium in discussie gaan. Uitgangspunt van de discussie was dat smaken, stromingen en stijlen hun eigen waarde hebben, maar dat in elk stroming de kwaliteit wel herkenbaar moet zijn. Het gaat dan niet meer om een keuze voor een bepaalde stijl, maar om het leren herkennen van de beste kwaliteit die zich in elke stijl manifesteert als pure schoonheid.

Uit de zaal was met name veel belangstelling voor de inrichting en vormgeving en daarmee ook de leefbaarheid van de openbare ruimte in de VINEX wijken. Hier wordt volgens velen te weinig aandacht aan bepaalde doelgroepen, zoals kinderen, geschonken.

De architectonische tegenstelling ‘traditioneel – modern’ houdt blijkbaar met name deskundigen bezig, alhoewel recente ervaringen hebben laten zien dat de gewone burger als hij of zij de kans krijgt eerder voor de traditionele richting in de architectuur kiest, zoals bij de competitie voor het stadhuis in Delft.

Ook na een uur druk gediscussieerd te hebben, was de vraag hoe je een mooie stad organiseert nog lang niet opgelost. Maar het werd duidelijk, dat men intensief samen moet werken en dat men de stad ook kans tot ontwikkeling moet geven, zoals Kees Rijnboutt stelde. Het duurt geruime tijd vóór men weet of een nieuwe wijk, een nieuw stuk stad op het gebied van leefbaarheid voldoet.