Rijnboutt nodigt collega-bureaus uit voor een workshop duurzame materiaal keuzes

Waarom schapenwol geen duurzame keuze is

Al bijna vier jaar is de Milieuprestatieberekening van Gebouwen (MPG) een verplicht onderdeel van een vergunning voor gebouwen groter dan 100 m². Met deze berekening wordt inzichtelijk wat de milieubelasting van een gebouw is. Er zijn echter geen grenzen gesteld aan de milieubelasting en gemeenten eisen de berekening niet bij de aanvraag van een vergunning. Door de houding van de overheid is de MGP hierdoor een oefening die wel tijd en geld kost, maar niets meer oplevert dan eigen inzicht. Het is daarom ook niet verrassend dat het een ondergeschoven kindje blijft in het ontwerpproces.

Als het gaat om duurzaam bouwen heeft men het vooral over het energieverbruik van een gebouw. Dat is ook logisch want de milieubelasting over de totale levensduur (LCA) van een gebouw bestond voor 75% uit energie. Dit is minder geworden met het Bouwbesluit 2012, waarmee de normen voor het energiegebruik van gebouwen steeds strengen zijn geworden. Met de recente ontwikkeling van het duurzaam opwekken van energie en (bijna) energieneutrale gebouwen verschuift de aandacht naar het materiaalgebruik in gebouwen. Het uitputten van de grondstoffen op aarde is een zorgwekkend probleem. Grondstoffen en materialen zijn niet onuitputtelijk, het is van groot belang goed na te denken over het materiaalgebruik in gebouwen. Belangrijke aspecten zijn de milieubelasting, waar de grondstoffen vandaag komen en of ze hernieuwbaar zijn. De architect Thomas Rau spreekt van gebouwen als “grondstoffen depots” waar materialen tijdelijk opgeslagen worden om daarna te kunnen hergebruiken.

Rijnboutt neemt de verantwoordelijkheid voor een duurzame wereld en is bewust van het feit dat een veel groter effect bereikt kan worden als gezamenlijk opgetrokken wordt met andere architectenbureaus. Daarom heeft Rijnboutt, met ondersteuning van het BNA netwerk ‘We are (sustain)able’, collega-bureaus uitgenodigd om deel te nemen aan een workshop door NIBE (Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie). De basis van de workshop was de database Milieuclassificaties voor Bouwproducten die inzicht geeft in de milieubelasting van veel voorkomende bouwproducten. Onder de deelnemers waren bekende bureaus als KCAP, MVSA, Studio Ninedots, Inbo en Ector Hoogstad.

Tijdens de workshop hebben we veel geleerd over hoe je op verantwoorde wijze duurzame materialen kiest en dit ook meetbaar en aantoonbaar maakt. Soms leidt dit tot verrassende keuzes. Schapenwol als isolatiemateriaal lijkt erg duurzaam. Het scoort wel goed op het gebied van gezondheid, maar zeer slecht op het gebied van milieubelasting door de methaanemissies van het schaap zelf. Onverwacht heeft glas- of steenwol een veel lagere milieubelasting. Sommige biobased materialen scoren nog niet heel goed door de aanwezigheid van chemische bindmiddelen.

De milieubelasting is één van de verschillende variabelen bij de uiteindelijke materiaalkeuze, maar wel één die steeds invloedrijker wordt. Het meetbaar en aantoonbaar maken van de milieu-impact van de materialen in een gebouw, maakt het eenvoudiger om samen met alle betrokken partijen een verantwoorde keuze te maken. Je kunt heel concreet aan een opdrachtgever laten zien welke consequenties materiaalkeuzes hebben. Zo kunnen we het projectteam stimuleren om duurzamere keuzes te maken. Dit wordt essentieel voor (bijna) energieneutrale gebouwen (BENG) waar de aanwezigheid van veel zonnepanelen tot een hogere milieubelasting leidt.

Dat de overheid nog geen eisen stelt aan de milieuprestatie van een gebouw is te vrijblijvend. Pas in 2018 verwacht de overheid een maximum milieubelasting per materiaal te bepalen, te beginnen met een eis die makkelijk haalbaar is in de huidige bouwmethodiek. Wij zijn van mening dat dit sneller moet! Om echte verandering teweeg te brengen en stappen te maken naar een duurzamere wereld, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord in Parijs dit jaar, moet de overheid duidelijk eisen stellen en deze snel aanscherpen. Dat is dé stimulans voor de markt om in beweging te komen. Dat is de manier om een duurzamere wereld te realiseren.