Interview met Frederik Vermeesch en Karianne Vandenbroucke over Neude in Utrecht

Over twee jaar verhuist de centrale bibliotheek Utrecht naar een van de topmonumenten van de stad: het voormalige postkantoor aan de Neude. Dit staat sinds januari 2016 leeg. In opdracht van a.s.r. Vastgoed ontwikkeling werken architecten Frederik Vermeesch en Karianne Vandenbroucke van architectenbureau Rijnboutt aan het ontwerp voor een nieuwe bestemming van het rijksmonument. Het gebouw van Joseph Crouwel, gebouwd tussen 1919 en 1924, zal naast bibliotheek ook winkels huisvesten. De nieuwe, publieke functie van het gebouw vraagt in de opvatting van de architecten een open en transparant gebouw. De bouwhistorische opname en waardestelling die Het Oversticht opmaakte, gaf richting aan de keuze en discussies in het proces.

Interview met Frederik Vermeesch en Karianne Vandenbroucke in Het Oversticht

Jullie projectportefeuille toont veel herbestemmingsprojecten. Hoe belangrijk is hierbij een waardestelling?

Onze werkwijze is dat wij bij deze trajecten vóór in het proces een monumentenadvies inwinnen en een waardestelling willen van het gebouw. Welke onderdelen hebben een indifferente, welke een positieve en welke een hoge monumentwaarde: belangrijke vragen die leiden tot meer inzicht in de waarden van het gebouw waar we mee te maken hebben. Een extra onderdeel bij de waardestelling van Het Oversticht was de benoeming van de transformatieruimte. Het gaf ons inzicht voor welke onderdelen we meer verantwoording moesten kunnen geven als we daar ingrepen wilden doen.

Naast de waardestelling en transformatieruimte die Mascha van Damme opstelde, dook zij ook in de historie van het gebouw. Helpt dit verhaal je als ontwerper?

Dat verhaal heeft zeker een rol gespeeld in ons ontwerpproces. Niet zozeer vanwege de historisch interessante geschiedenis, maar omdat hier elementen inzitten waar je bij het verantwoorden van ingrepen wat mee kan. Om een voorbeeld te geven: De plattegrond van het postkantoor van Crouwel is in feite een kopie van het postkantoor aan de Rotterdamse Coolsingel. Dat verhaal neem je mee als je met de RCE gaat praten, met monumentenambtenaren en stedenbouwkundigen. Het historische verhaal doet ertoe. Je moet de context weten. Voor ons echter is de waardestelling het allerbelangrijkst, omdat die inzicht geeft in dat wat het gebouw in zijn onderdelen waardevol maakt. Omdat die onderdelen heel precies benoemd worden, kun je dat delen met de RCE en al die andere partijen met wie je dit proces moet doorlopen.

De nieuwe entrees aan de Potterstraat en met name aan de Oudegracht, zijn forse ingrepen in het oorspronkelijke ontwerp dat, zeker aan de Potterstraat, een gesloten gevel had met strenge repetitieve architectuur: een naar binnen gekeerde burcht. Liet het monument dit toe?

Dat men toch instemde met deze wijzigingen heeft te maken met het feit dat het gebouw - hoe mooi ook - stedenbouwkundig vrij onhandig is. Crouwels ontwerp dateert van een eeuw geleden. Inmiddels ligt het gebouw aan belangrijke publieksaders in het centrum van Utrecht: het winkelcircuit aan de Oudegracht en de Lange Viestraat en het publieksplein de Neude. Het gebouw is een scharnier, maar vervult die functie niet. Integendeel! Het creëren van een schakelfunctie heeft ertoe geleid dat met de gemeente en de RCE is overeengekomen dat het gebouw de communicatie met de stad moet aangaan en alzijdig moet zijn. Wanneer iedereen het daarover eens is, heb je het alleen nog over de plek van de ingrepen en de wijze waarop je dat doet. Wij hebben van het begin af aan het standpunt ingenomen dat wij gaan voor ‘blenden’. Dus het opnemen van nieuwe architectuur in de architectuur van Joseph Crouwel, eerder dan het maken van contrast. Dit is omarmd door de RCE en later ook door de welstandcommissie. Overigens bood ook de historische verkenning van Het Oversticht aanknopingspunt voor ingrepen aan de gevel zijde Potterstraat. Hieruit bleek dat in deze gevel in het verleden nogal wat wijzigingen waren aangebracht en dat hier ook een tijdlang een entree geweest is.

Welke rol speelde Het Oversticht - Mascha van Damme - bij discussies over de ingrepen aan het gebouw?

In het ontwerpproces was Mascha aanwezig bij de belangrijkste ontwerpbesprekingen met de opdrachtgever; de gebruiker, de bibliotheek; de RCE en de welstandscommissie. Besprak je ontwerpzaken, dan werd dat integraal besproken vanuit de kennis over het monument. Bij elke ingreep kwam er altijd een advies van Mascha: ‘dat kan, maar hou er rekening mee dat’… ‘let op, dit kan, maar moet je goed onderbouwen’. Een architect is altijd besmet door het ontwerp. Wij hebben nu eenmaal een sterke drive om een ontwerp te realiseren. Dan denkt een opdrachtgever als snel: ‘ja, dat zegt hij omdat hij dat en dat wil’. Het fijne van Mascha is dat zij van afstand zegt tegen de opdrachtgever: ‘nee, dit heft niks te maken met het ontwerp. Dit is de intrinsieke kwaliteit van het monument en als je daar aan wilt komen, dan betekent het dit en dit en dit’. De monumentale waarde wordt daardoor niet alleen vanuit het ontwerp benoemd maar ook vanuit de objectieve studie en kennis van het gebouw waarin Mascha voorziet.

Kortom: een prettige samenwerking?

Jazeker! Mascha kon goed en helder overbrengen wat de belangrijke waarden zijn van een gebouw, maar ook hoe je daarmee omgaat op het moment dat er ingrepen moeten plaats vinden. De dynamiek binnen een herbestemming is enorm. Allereerst is er natuurlijk de opdrachtgever. Deze heeft het belang van verhuur en zal geneigd zijn die belangen te verdedigen. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om de plek van een entree. Mascha kan binnen die dynamiek goed advies geven en aangeven wat wel en niet haalbaar was. Wij hadden in haar een uitstekende sparringpartner. Daarnaast is voor ons de grondhouding die Het Oversticht heeft positief: een monument heeft alleen toekomst als het ook leeft. Een monument waar geen functies in zitten, dat geen onderdeel is van de samenleving, heeft geen toekomst. Dat is een prachtig statement daardoor je in het begin zegt: dit is een partij waarmee wij dit soort trajecten in willen gaan. Je hebt ook adviseurs die alleen voor het materiële monument kiezen. Dat is lastig om mee samen te werken omdat je dan elke keer weer discussies voert over die transformatieruimte.

Wat ervaart het publiek wanneer het gebouw over twee jaar open gaat?

Het belangrijkste zal waarschijnlijk zijn dat men nog meer facetten zal beleven van de schitterende diamant die de hal vormt. Dier zijn de monumentale waarden niet aangeraakt en wordt de beleving vergroot doordat het publiek, vanwege de bibliotheek, toeging krijgt tot alle verdiepingen rondom die hal waar, al in het originele ontwerp, steeds spannende doorkijkjes zijn op de hal. Hierdoor beleeft de bezoeker de hal op meer manieren dan alleen omhoog kijkend vanaf de begane grond en is zich steeds bewust van de aanwezigheid ervan. Die ruimtelijkheid was al een verdienste van architect Joseph Crouwel. Aan de zijde van de Oudegracht worden in het bestaande gebouw en in de nieuwbouw winkels in de kelder, op de begane grond en de eerste verdieping gerealiseerd, en komen een bibliotheekcafé en een auditorium op de tweede en derde verdieping van de nieuwbouw. De transparantie en de relatie die het gebouw zal krijgen met zijn omgeving, voegen wij toe aan het ontwerp van Crouwel en dat zal ervoor zorgen dat dit monument op bijna honderdjarige leeftijd klaar is voor een duurzame nieuwe toekomst.