Architect Kees Rijnboutt: “Wij wilden de stad van morgen maken”

In het kader van 50 jaar Bijlmer interviewt Bijlmer&Meer maandelijks iemand die veel voor Zuidoost heeft betekend. Deze maand spreken we Kees Rijnboutt.

Wie bent u en waar kennen Bijlmerianen u van?

‘Ik ben Kees Rijnboutt, 78 jaar, architect. Sinds een jaar werk ik in de luwte van bureau Rijnboutt BV in Amsterdam en ben nog bij enkele projecten betrokken. In september 1964 begon ik bij de Dienst Volkshuisvesting in Amsterdam. Als net afgestudeerd architect moest ik meteen ruim 1100 woningen gaan bouwen in de Bijlmer. In de winter gingen we als ambtenaren per bus op excursie naar de lege polder, het was koud en guur. Velen van ons, zoals Siegfried Nassuth en ikzelf, waren in Delft afgestudeerd bij Cornelis van Eesteren, de internationaal bekende ontwerper van onder meer het Algemeen Uitbreidingsplan hier. Wij waren kinderen van voor de oorlog, van de wederopbouw. De huidige tijd is meer een ik-samenleving. De Bijlmer kon ontstaan in een wij-samenleving. De referentie voor de Bijlmer was het bouwen in Scandinavië. Ook was het uitgangspunt om collectieve voorzieningen te maken, zoals kinderopvang en wasserettes. Daar was echter in Nederland weinig animo voor. Wij wilden de stad van morgen maken en hebben dat met veel emotie en hartelijke inzet gedaan.’

Wat hebt u gedaan voor de Bijlmer?

‘Na de Tweede Wereldoorlog was er geweldige woningnood, er moest snel gebouwd worden. De werkwijze was volkomen nieuw: systeembouw van betonnen elementen, dat ging veel sneller dan met baksteen. In het begin was het nog wel kostbaar. Ook van belang bij het ontwerp van de Bijlmer was het enorme aantal verkeersslachtoffers, om dat te verminderen is gekozen voor gescheiden verkeersstromen. Nassuth was een zendeling: de mens op de aarde was belangrijk, dat die veilig van huis naar werk kon. Ook was het ideaal dat iedere arbeider een auto bezat. Zo kwamen er parkeergarages.’

‘Ik bouwde deel A, andere architecten delen B en C. Later heeft de namencommissie deel A namen uit de H-serie gegeven: Hoogoord etc. Het waren acht blokken in strokenbouw, een onderbouw van twee verdiepingen en daarboven negen lagen. Deels waren het grote appartementen van 100 m2. Maar de bouw ging te snel voor de gemeente, er ontbraken goede wegen, winkelcentra, goed openbaar vervoer, voorzieningen als een zwembad. Er zong toen nog geen nachtegaal! Eind jaren 1960 hielden studentenprotesten, krakers, het huwelijk van Beatrix en Claus de gemeente flink bezig. Hierdoor raakte de Bijlmer verweesd.’

‘Door de hoogte van de huren en bijv. extra kosten voor de parkeergarages ontstond verzet. De beoogde middenklasse kwam niet en de Bijlmer werd een wijkplaats voor hen die in de stad geen plek konden vinden, vrijbuiters, homo’s etc. Zo ontstonden de Bijlmer Believers.’

‘Tien jaar later, in 1975, begon ik als zelfstandig architect aan Hoptille. Er was kritiek op de hoogbouw, bovendien zou er tien procent aan eengezinswoningen moeten komen. We hebben toen op papier van een flat van 11 bouwlagen ongeveer de helft afgehaald en als eengezinswoningen neergezet. De woningen van rode baksteen liggen beschut achter een ‘muur’ van middelhoogbouw (aan het Abcouderpad).

Wat betekent de Bijlmer voor u?

‘Ik was natuurlijk verdrietig dat de flats gesloopt werden, en het was verdomd zuur voor de samenleving. Maar zo is het leven. Het is absoluut fantastisch dat Kleiburg bewaard is gebleven en prijzen wint. Zelf heb ik er nog aan gewerkt toen de oorspronkelijke architect was overleden. Ik kom regelmatig in de Bijlmer, ik ken mensen die in Kleiburg wonen. Ik heb mijn ontwerp- en bouwtekeningen geschonken aan het Bijlmer Museum. Maar zelfs op een vakantie in Frankrijk hoorde ik Nederlanders die er niet woonden klagen over de Bijlmer. Zoals dat gaat: ieder heeft er een mening over, maar weinigen zijn er geweest.’

www.bijlmerenmeer.nl