Visie Schoutenwerf Muiden

Van schepen naar woningen

Wonen aan de Vecht, op een scheepswerf waar het industriële verleden nog voelbaar aanwezig is, zonder af te dingen op comfortabele luxe: in 2021 kan dat in Muiden. Nu de eeuwenoude Schoutenwerf niet meer wordt gebruikt voor het bouwen en onderhouden van boten en schepen, is er plek voor 52 bijzondere woningen. Het ontwerp van de nieuwe appartementen en stadshuizen sluit op een eigentijdse manier aan bij de historie van deze middeleeuwse vestingstad.

De geschiedenis van Muiden

De geschiedenis van Muiden kent markante momenten die hebben geleid tot markante bouwwerken. De locatie aan de Vecht, langs een van de belangrijkste en oudste handelsroutes van Nederland, bracht het stadje voorspoed. Maar het meermalen verschuiven van die handelsroute, en de ligging in het grensgebied tussen het Sticht en het opkomende graafschap Holland, zorgde ook voor conflicten. Dat leidde rond 1300 tot de bouw van het Muiderslot; in de 16e eeuw kwam daar een aarden stadswal omheen als onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie. In de 17e eeuw bloeide de handel met verre werelddelen op. In die periode vestigden nieuwe bedrijven zich in de stad: zoutziederijen, brouwerijen en scheepswerven. De Schoutenwerf stamt uit die tijd.

De oudst bekende kaart van Muiden van rond 1560 laat een overzichtelijke plattegrond zien, die duidelijke overeenkomst vertoont met de huidige situatie. Nog altijd wordt het ruimtelijk karakter van Muiden gedomineerd door het uit de middeleeuwen stammende stratenpatroon, dat doorsneden wordt door de Vecht. Het zwaartepunt van de stad ligt aan de oostkant van de rivier, met het Muiderslot, de Nicolaaskerk en de Grote Kerk. Hier kent de verkaveling met achterstraat en dwarsverbindingen een hogere dichtheid dan in het westelijke deel. Kenmerkend voor het westelijk deel zijn de tot aan de Vecht reikende achtererven: de tuinen ten zuiden van de brug en de scheepswerven ten noorden ervan.

Voortborduren op de historie

De transformatie van de Schoutenwerf naar een woongebied betekent een nieuwe fase in de ontwikkeling van Muiden. Waar eeuwenlang schepen zijn gebouwd, wordt nu plek gemaakt voor wonen. Aan de basis van de bestemmingsplanwijziging ligt een stedenbouwkundige visie, aangevuld met een Beeldkwaliteitsplan (BKP), die beide door de gemeente zijn geaccordeerd. Het BKP schrijft een zorgvuldige omgang met de lokale geschiedenis voor, omschrijft kaders voor de gewenste bebouwing, maar laat ook ruimte voor interpretatie. Rijnboutt heeft de historische context zorgvuldig onderzocht om er op een vanzelfsprekende manier bij aan te kunnen sluiten.

Fijnmazige variatie

De architectuur van traditionele vestingstadjes als Muiden wordt gekenmerkt door het gebruik van een beperkt aantal materialen en bouwtechnieken, die worden toegepast in een grote verscheidenheid aan bouwtypen. In de straten in de oude kern is geen huis hetzelfde. Uniek is het middeleeuwse stratenpatroon, met de aaneenschakeling van gevels direct aan de straat. Huizen en gevelwanden verschillen in kleur, ze zijn gemetseld of gepleisterd in een schakering van allerlei tinten rood, bruin en soms wit. Sommige zijn voorzien van een natuurstenen plint. Ook de daken vertonen veel variatie: er zijn platte daken, puntdaken, schilddaken of mansardekappen, die afwisselend bedekt zijn met rode, donkerrode of oranje gebakken dakpannen. De daklijsten, goten, raamopeningen en voordeuren verschillen van elkaar qua positie, hoogte en kleur. Ondanks deze verscheidenheid zijn de gebouwen duidelijk familie van elkaar; ze hebben een gemeenschappelijke identiteit.

Grote gebaren

Tegenover het fijnmazige, gedifferentieerde patroon in de historische woonwijken staat de scheepswerf: een terrein met een industriële sfeer, dat in architectonisch opzicht een heel andere taal spreekt. Hier is in de loop der eeuwen grootschaliger gebouwd, in een veel grovere korrel. Functionele, robuuste loodsen, met de grote scheepsloods als markant baken. Het gebied is geometrisch van opzet, monumentaal in expressie, met een eenduidig grid en eenduidige tektoniek: stalen kaders, donker of licht geverfd, met invullingen van sober roodbruin metselwerk. Hier zie je blinde gevels naast gevels met geopende vlakken, grijze daken van golfplaat of zink en diepgroene of -blauwe schuifwanden.

Een beeldbepalend element op de werf is de lange zijgevel van een loods langs de Hellingstraat, die sinds mensenheugenis identiteit geeft aan het smalle straatprofiel. De uniformiteit van het metselwerk van deze ‘werfmuur’ met de strenge repetitie van ramen is niet alleen monumentaal maar ook eigenzinnig: de muur vormt een opvallend contrast met de sterk gevarieerde gevelwanden elders in de oude kern.

Eigentijdse interpretatie

Vanuit de historische verkenning zijn nieuwe ontwerpen ontstaan voor 52 gevarieerde stadshuizen en appartementen. Rijnboutt heeft er bewust voor gekozen de geschiedenis niet letterlijk te kopiëren, maar daar op een eigentijdse manier bij aan te sluiten met een consistente architectonische benadering. De werf is altijd ‘anders’ geweest dan de rest van Muiden en was tegelijkertijd nauw met de stad verbonden. Zowel het eigenzinnige industriële verleden van deze specifieke plek als de stedelijke samenhang met de hele oude kern waren belangrijke uitgangspunten bij het ontwerp.

Werfmuur

Als artefact van een voor de locatie zo kenmerkend verleden, wil Rijnboutt de werfmuur langs de Hellingstraat behouden. Wellicht vraagt de huidige staat van de muur erom hem af te breken en daarna weer steen voor steen op te bouwen, maar de essentie is dat de muur blijft. De muur wordt niet verlaagd, wel mogelijk in noordelijke richting iets verlengd. Om de erachter liggende woonlocatie goed toegankelijk te maken en de zichtrelatie met de Vecht vanuit de Hellingstraat te versterken, worden plaatselijk openingen in de muur gemaakt, waarachter steegjes naar het waterkant leiden. De kozijnen van de ramen in de werfmuur worden verwijderd en de openingen optioneel hier en daar dichtgemetseld; de bestaande repetitie van ramen blijft bestaan.

Appartementengebouwen

Het industriële karakter van de werfmuur en de grote scheepsloods zijn leidend voor de verdere uitwerking van de appartementengebouwen. Maatvoering, materiaal en bouwwijze borduren hierop voort. De appartementen worden opgetrokken uit baksteen: sober metselwerk met stalen kaders (of elk hiermee vergelijkbaar alternatief). De daken zijn geïnspireerd op de industriële kapvormen: sheddaken, zadeldaken of gebogen daken zoals je die bij oude loodsen ziet. De gevelwanden aan de kant van de Hellingstraat en langs de stegen zijn ontwikkeld in dezelfde taal als de werfmuur, met eenzelfde ritmiek, repetitie en grid. Daarom bevat het ontwerp ook maar een beperkt aantal gevelopeningen aan de westkant van de gebouwen, voorzien van louvres of luiken met het oog op de avondzon.

In de steeg om de hoek (noord- en zuidgevel) ontwikkelen opbouw en ritmiek zich naar een opener variant, om zich aan de oostzijde optimaal te openen naar het water. Er zijn veel pandsgewijze verschillen, maar toch zijn de gebouwen familie van elkaar. Een groter volume kan in tweeën worden gedeeld; er komt veel variatie in verdiepingshoogten en de hoogte van horizontale belijningen. Meer specifiek volgen de appartementengebouwen de richtlijnen zoals die staan vermeld in het BKP. Voor elk appartementengebouw wordt gestreefd naar een sobere en terughoudende aanwezigheid in het woongebied. Het worden geen extraverte iconen, maar gebouwen die zich zonder al te veel bravoure voegen naar het verhaal van deze locatie. Vanaf de overkant van de Vecht zijn ze straks – net als de loodsen van weleer – goed te zien, maar vanuit de Hellingstraat niet. Zoals nu alleen de top van de huidige scheepsloods uitsteekt boven de industriële werfmuur, zo zullen, bij behoud van de muur, de appartementenblokken zich niet wezenlijk in het straatbeeld manifesteren.

Stadshuizen

Evenmin opvallend noch schreeuwend, maar naar hun aard licht en bewegelijk, geven de stadshuizen of werfwoningen leven aan het ensemble. Voor het ontwerp van deze ruime woningen gelden de kenmerken van het binnenstedelijk weefsel: pandsgewijze contrasten in gevelopbouw (compositie, open-dicht-verhouding, verfijning), kleur en materialisering. Meer specifiek volgen zij de richtlijnen zoals die staan vermeld in het BKP. Een enkel stadshuis oogt gracieus en verfijnd, complex en gelaagd; een ander (boothuis) juist monolithisch – met één kleur en één materiaal – in contrast tot de rest.

Gradiënt

In plaats van de ruimte in het bestemmingsplan tot het uiterste te benutten, is ervoor gekozen meer zichtlijnen, lucht en licht in het ontwerp aan te brengen. Het streven is een open beeld, waardoor je dit gebied kunt overzien en als geheel blijft ervaren. Er zijn er stegen tussen de gebouwen gemaakt die de lange tijd gesloten werf weer ‘openbreken’. Langs die stegen is in de richting van het water een graduele verschuiving aangebracht in de materiële zwaarte van de gebouwen. Ter hoogte van de Hellingstraat zijn de grote appartementengebouwen nog verbonden met de historische werfmuur, maar naar het water toe wordt de korrel kleiner en de bebouwing lichter. Zo ontstaat een gradiënt van achter naar voren: van ‘ingehouden’ naar ‘speels en individualistisch’, van ‘zwaar’ naar ‘licht’.

Wandelend naar het water is er ook een graduele overgang te zien van privé naar collectief en vervolgens openbaar terrein. De entrees van appartementengebouwen en stadshuizen zijn opgenomen in de gevel direct aan het openbaar gebied of liggen terug (inpandig voorgebied). De privacy van de aanpalende buitenruimte van de appartementen op de hoek van een steeg wordt gewaarborgd door het plaatsen van een haag. De ruimte achter de haag kan door de bewoners worden benut met planten en een bankje voor in de ochtendzon. Door toevoeging van een ondergrondse parkeergarage voor circa 100 auto’s wordt het openbare gebied autovrij. Daarnaast wordt het ook fietsluw; het terrein zal hoofdzakelijk door wandelaars gebruikt worden.

Haaks op de Vecht aangebrachte belijningen in het plaveisel beklemtonen de industriële sfeer van de voormalige scheepswerf en herinneren aan de hellingbanen voor de schepen. Parallel aan de waterkant komen twee lineaire stroken. Een groene strook met bomen en beplanting geeft rugdekking aan de wandelaar die de oeverkant wil opzoeken, de strook aan het water is een verwijzing naar de maritieme wereld, met houten vlonders en boten.

Proces en stand van zaken

Het stedenbouwkundig plan voor Schoutenwerf Muiden voorziet in een aantal forse gebouwen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed toonde zich bij de eerste verkenning beducht voor volumes van een dergelijke omvang, ook al voorzag het bestemmingsplan daar wel in. In nauw overleg met de commissie is/wordt gewerkt aan een zorgvuldige inpassing, met extra verbijzonderingen en variatie tussen de panden onderling. Zo worden grotere volumes bijvoorbeeld opgedeeld, er worden setbacks toegepast, en ‘luchtige’ glazen kroonlijsten die refereren aan de oude scheeploods. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan extra finesse in het ‘anders zijn’, zodat elk gebouw op zichzelf staat maar ook aansluit bij het totaal. Daarmee krijgt de Schoutenwerf – die altijd op geheel eigen wijze onderdeel geweest van de historische kern van Muiden – weer nieuw leven ingeblazen.