Wie is de nieuwe erfgoedprofessional?

Een pleidooi voor specialisme door Karianne Vandenbroucke

Steeds luider klinkt de roep om een ‘nieuwe erfgoedprofessional’ die zich tegenover de ‘oude erfgoedprofessional’ positioneert. Daarvan bestaat een beeld van een norse en starre bouwtechnicus die potentiële herbestemming van monumenten in de weg staat vanwege de conservatieve manier van werken. Deze ‘oude erfgoedprofessional’ denkt sectoraal en wilt het liefst een stolp over al wat oud is.

(English below)

Albany Business College, New York, begin 20e eeuw. Bron: Flickr

De erfgoedprofessional als alleskunner

De nieuwe erfgoedprofessional daarentegen zet erfgoed in als factor voor een herbestemming van een gebouw, of liever zelfs als vector voor de herontwikkeling van steden en landschappen. In artikelen en op congressen en symposia worden de eigenschappen van deze nieuwe erfgoedprofessional besproken. Het blijkt een duizendpoot te zijn: jong van geest, creatief aangelegd en in staat om out of the box te denken. Een flexibele houding is belangrijk, evenals bevlogenheid en doorzettingsvermogen.

Hij of zij bezit technisch inzicht in erfgoed en constructieve kennis van nieuw toe te voegen onderdelen. Maar ook inzichten in marktwaarde van huidige én nieuwe toestand, investeringskosten en de slagingskans van stedelijke inpassing van nieuwe functies in de omgeving. Naast deze technische en financiële kennis, zijn de vereiste soft-skills niet te onderschatten: de erfgoedprofessional is een ervaren projectmanager, communicatief vaardig en kan het verhaal van het erfgoed en de herbestemming overtuigend vertellen én verbeelden.

Hij of zij is tegelijkertijd in staat goed te luisteren en alle belangengroepen te woord te staan en hun wensen te integreren in het project – van vergunningverlenende instanties tot buurtbewoners. De kennis van wet- en regelgeving is zo diepgaand, dat hij of zij in staat is de grenzen van regels op te zoeken zonder daadwerkelijk gaten in de wet te hoeven gebruiken. En niet te vergeten is hij of zij natuurlijk in staat om de waarde van het erfgoed – tastbaar of immaterieel – juist in te schatten door gedegen kennis van geschiedenis, architectuur en stedenbouw, en deze waarde voortreffelijk af te wegen tegen functionaliteit en wensen ten aanzien van het nieuwe programma. En vergeet duurzaamheid niet! Kortom, er wordt gevraagd om een zeer breed geschoolde generalist.

Met specialisten naar een hoog niveau

Over deze combinatie van eigenschappen die de nieuwe erfgoedprofessional moet bezitten wordt uitgebreid gesproken. Minder breed is de discussie hoe wij studenten opleiden om tot dergelijke generalistische erfgoedprofessionals? Wat moet een afgestudeerde architect / projectmanager / erfgoeddeskundige / bouwhistoricus / journalist / jurist / bedrijfskundige weten en kunnen om voorbereid te zijn op de praktijk?

Als ik voor een herbestemmingsproject met een team rond de tafel zit, verwacht ik dat iedereen rond die tafel kennis en ervaring inbrengt en elkaar zo aanvult. Ik verwacht van projectgenoten kennis en ervaring op een specifiek vakgebied, zodat vanuit hun specialistische kennis een samenwerking op hoog niveau ontstaat. Je kunt alleen een integraal project maken als iedereen een even waardevolle bijdrage levert op zijn of haar eigen vakgebied. Hoe hoger de kwaliteit van die individuele bijdragen, hoe hoger de kwaliteit van het eindresultaat.

Dat veronderstelt natuurlijk wel dat iemand in dat team aan die tafel als specialisme projectleiding heeft. Ik heb het dan niet over de wat smal gedefinieerde rol van de projectmanager, die meestal vooral oog heeft voor budget en planning. Ik heb het over een echte teamleider, die zorg draagt voor een goede samenwerking binnen het team en de visie op de opgave en kwaliteit van het eindresultaat voor ogen houdt– waarvan het halen van budget en planning slechts onderdelen zijn.

Deze specialist heeft waarschijnlijk meer dan de anderen notie van de inhoud van de verschillende vakgebieden, maar hoeft deze niet te beheersen. De dirigent van een symfonieorkest hoeft niet alle instrumenten te kunnen spelen om te weten hoe ze samen klinken. De dirigent is ook niet alleen bezig met het droog instuderen van een bepaald stuk voor een zekere datum. Hij of zij zorgt er voor dat het samenspel van het orkest een hoger niveau bereikt dan de simpele optelsom van het werk van individuele, zeer kundige musici.

Leer studenten een vak

In antwoord op de vraag hoe onze studenten op te leiden pleit ik voor meer specialisatie, ofwel: leer studenten een vak. Een brede basis is belangrijk, maar laat studenten ook voldoende de diepte in gaan, zodat ze echt weten waar ze het over hebben en ervaring in het eigen vakgebied opdoen. Leer de student te zien waar zijn of haar kennis ophoudt, wanneer hulp te zoeken en bij wie.

Laat de student daarom kennis maken met andere vakgebieden, maar alleen om voldoende notie op te doen van andere vakgebieden om te weten wat deze in potentie bijdragen; niet met de pretentie na deze kennismaking daadwerkelijk verstand te hebben van het andere vakgebied. Leer de student kritisch te luisteren en te kijken, door te vragen en nieuwe informatie op gedegen wijze te verwerken, zonder daarbij de waarde van de eigen bijdrage te verwaarlozen. Geef de student voldoende zelfvertrouwen dat hij of zij gelooft in de kwaliteit van die eigen bijdrage en voldoende moed om wanneer nodig, star vast te houden aan de eigen overtuiging, soms tot op het norse af.

Karianne Vandenbroucke is senior ontwerper erfgoed bij Rijnboutt (Amsterdam), opgeleid als ingenieur-architect aan Universiteit Leuven met een Master of Science in Conservation of Monuments and Sites van het Raymond Lemaire International Centre of Conservation. Ze werkte o.a. bij architectenbureau Fritz en Rappange&Partners architecten en als restauratiearchitect bij Vereniging Hendrick de Keyser. Karianne brengt bij Rijnboutt kennis en ervaring in bij het begeleiden en opleiden van medewerkers die te maken hebben met gebouwd erfgoed.

English version

Who is the new heritage professional?

A plea for specialism by Karianne Vandenbroucke

The call for a ‘new heritage professional’ is becoming increasingly louder. There is a stereotype image of a stubborn and rigid building technician who blocks the potential re-use of monuments because of his or her conservative way of working. This ‘old heritage professional’ thinks in terms of the sector and prefers to protect everything = old.

Albany Business College, New York, early 20th century. Source: Flickr

The heritage professional as an all-rounder

The new heritage professional, on the other hand, uses heritage as a factor for a reallocation of a building, or even as a vector for the redevelopment of cities and landscapes. The skillset of this new heritage professional are extensively discussed in articles, at conferences and symposia. It turns out what people are looking for is hard to find: this person has to be young in spirit, creatively skilled and able to think out of the box. A flexible attitude is important, as is enthusiasm and perseverance.

He or she has technical knowledge of heritage and construction. But also insights into what generates market value, the current and new situation, investment costs and the success rate of urban integration of new functions in the environment. In addition to this technical and financial knowledge, the required soft skills are not to be underestimated: the heritage professional is an experienced project manager, communicative and able to convincingly tell and depict the story of the heritage and the conversion.

At the same time, he or she is able to listen carefully ,to speak to all interest groups and to integrate their wishes in the project - from ruling authorities to local residents. The knowledge of laws and regulations is so profound that he or she is able to stretch the rules without actually having to use loopholes in the law. Moreover, he or she is able to estimate the value of the heritage - tangible or intangible - through thorough knowledge of history, architecture and urban design, and to weigh this against functionality and requirements with respect to the new program. And last but not least, knowledge of sustainability! In short, the market is looking for a very broadly trained generalist.

Bring specialism to a higher level

This extensive combination of characteristics that the new heritage professional has to possess is a topic of much discussion. But something that we fail to address is; how are students to become such generalist heritage professionals? What should a graduate architect / project manager / heritage expert / building historian / journalist / lawyer / business expert know and be able to do, to be truly prepared for the practice? When I sit at a table with a team for a conversion project, I expect everyone to bring to that table knowledge and experience wich complements each other. From project partners I expect knowledge and experience in a specific field, so that a high-level collaboration arises from their specialisms. A cross-domain process is only possible if everyone can deliver an equally valuable contribution from his or her own field. The higher the quality of those individual contributions, the higher the quality of the final results.

That presupposes, of course, that someone in that team at that table has project management as a specialism. I am not talking about the somewhat narrowly defined role of the project manager, who mostly focuses on budget and planning. I am talking about a real team leader, who ensures good cooperation within the team and keeps the vision on the task and quality of the end result in mind - of which budgeting and planning are only parts.

This specialist probably has, more than the others, a notion of the content of the various disciplines, but does not have to master them. The conductor of a symphony orchestra does not have to be able to play all instruments to know how they sound together. The conductor does not only busy himself with a rehearsal of a particular piece for a certain date. He or she ensures that the ensemble together plays at a higher level than highly skilled musicians would play individually.

Teach students a trade

Answering the question of how to train our students, I plead for more specialization, or: to teach students a trade. A broad basis is important; vital, however, is to allow students to go into more depths, so they really know what they are talking about and gain experience in their own field. Teach a student to understand where his or her knowledge ends, when to look for help and with whom.

Let students get acquainted with other fields of study as well, but only to gain sufficient knowledge of other disciplines to know what they can potentially contribute, rather than having the pretension of actually mastering the other field after this short acquaintance. Teach students to listen and watch critically, by questioning and processing new information in a thorough way, without neglecting the value of their own contribution. Support self-confidence so that he or she believes in the quality of their own contribution and shows courage to hold on to their own convictions when necessary, sometimes even with unyielding passion.

Karianne Vandenbroucke is senior designer with a heritage specialism at Rijnboutt (Amsterdam), trained as an engineer-architect at the University of Leuven with a Master of Science in Conservation of Monuments and Sites from the Raymond Lemaire International Center of Conservation. She worked, among others, at architectenbureau Fritz and Rappange & Partners architects and as a restoration architect at Vereniging Hendrick de Keyser. At Rijnboutt, Karianne guides and trains employees who work on heritage projects and offers her knowledge to partners in the building process.

Werken bij Rijnboutt

Rijnboutt is een multidisciplinair ontwerpbureau op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschap. Rijnboutt staat voor complexe eenvoud. We maken uitdagende stedelijke vraagstukken van de toekomst doelgericht eenvoudig en overzichtelijk.

Als je onze 75 collega’s vraagt hoe het is om bij Rijnboutt te werken, dan worden de collega’s, de prettige sfeer, de excursies, de professionele manier van werken, de kwaliteit, de diversiteit in disciplines, en de mooie en interessante projecten op bijzondere locaties, steevast genoemd.

Lees meer…

Vacatures