Terugblik op een geslaagde Rijnboutt Open #1

“Het maken van een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, vormt de wortels van ons vak.” Met deze woorden opent moderator Mark Hendriks (Blauwe Kamer) op 13 november de avond, om te vervolgen met: “Het is deze gedachte die centraal staat in het elfde Rijnboutt magazine en het vormt de leidraad van deze eerste editie van Rijnboutt OPEN. Vanavond gaan we het hebben over de publieke ruimte, de kwaliteit van die ruimte en over de vraag van wie is die ruimte nu eigenlijk?”

De eerste gast van de avond is acteur Gijs Scholten van Aschat. Als voorzitter van De Akademie van Kunsten geldt Scholten van Aschat als de initiatiefnemer van de publicatie ‘De gedeelde ruimte’. Hierin onderstrepen hij en verschillende leden van de Akademie, waaronder Adriaan Geuze, Francine Houben en RAAAF het belang van een goed functionerende en voor iedereen toegankelijke, stedelijke ruimte. De publieke kwaliteit van die stedelijke ruimte staat onder druk, zo betoogt Scholten van Aschat, waar we van alles moeten, voortdurend worden verleid om iets te kopen. “Wat we nodig hebben, is een plek die je zelf kan invullen. Ruimte voor verbeelding. Maar die ruimte moet je wel gegeven worden.”

Het woord is daarna aan Stijn Doors, één van de vier fotografen die voor het magazine werden gevraagd het Leidseplein te fotograferen. “Wat waren je overwegingen bij het nemen van de foto’s?” wil Hendriks weten. “We zijn allemaal welkom en iedereen hoort erbij, zo lijkt het,” antwoordt Doors, “maar eigenlijk zijn we allemaal alleen. Hoe vaak groet je een ander op straat?”

Tijd voor een intermezzo. Op verzoek van Rijnboutt is Merel Pit (A.ZINE) op onderzoek uit gegaan naar één van Rijnboutt’s projecten: Hudson’s Bay aan het Rokin. Met speciale aandacht voor de publieke kwaliteit ter plekke en de nieuwe steeg die het Rokin met de Nes en het Nesplein verbindt. Pit: “We praten in een bepaalde taal en wij verstaan elkaar als vakgenoten. Maar wie gebruiken die ruimte nou? En wat vinden zij ervan? Dat heb ik vastgelegd in een vlog.” In de vlog van Pit komt ook de vraag aan de orde wat er met het gebied gebeurt, nu Hudson’s Bay vertrekt. “Laat ze er maar woningen van maken”, reageert passant Theo in de vlog, “Daarvan zijn er veel te weinig”. Ontwerper Frederik Vermeesch, door Hendriks om een reactie gevraagd: “Het zou mooi zijn als het zou kunnen, al vrees ik dat daar wel een prijskaartje aan hangt. De commerciële belangen op die locatie zijn groot.“

De opmerking vormt een bruggetje naar het laatste onderdeel van de avond: het debat. In volgorde van opkomst nemen plaats: Hilde Blank (AM Concepts), Eric van der Kooij (gemeente Amsterdam) en Sjors de Vries (Ruimtevolk). Er ontwikkelt zich een gesprek, waarbij men het onderling niet altijd eens is. Hilde Blank oppert dat de publieke ruimte het geweten van de stad moet zijn: “Het valt me op dat steden steeds uniformer en daardoor schraal worden. Er valt niet zoveel meer te beleven.” Stedenbouwkundige Van der Kooij wil weten over welke publieke ruimte zij het dan heeft. “Hebben we het over functionele ruimte zoals een doorgang? Of over parken en pleinen? En welk type dan? Duidelijkheid scheppen over de typologie van de ruimte is belangrijk. Voor elk type ruimte gelden namelijk andere voorwaarden.” Sjors de Vries verlegt het accent naar de gebruikers: “Individuele vrijheid begint ook bij een gevoel van ergens bij horen. We moeten meer gaan nadenken over het collectieve karakter van de publieke ruimte, de mogelijkheid voor het uitwisselen van standpunten.”

Er volgt een discussie over leemtes in de opdrachtverlening. Blank: “Wij krijgen als ontwikkelaar geen invloed op het ontwerp van de buitenruimte, terwijl dat invloed heeft op de waarde van het vastgoed.” De Vries steekt de hand in eigen boezem. “Zet je ontwerpkracht in om het systeem te verbeteren. Ga ook het publieke debat aan. Als stedenbouwkundige kun je extra eisen stellen aan een opgave. Het gaat om meer dan alleen ‘waar zetten we de bankjes neer?’”

Het slotwoord is aan Mark Hendriks: “De oproep van Gijs wordt herkend. Er moet ruimte komen voor verbeelding. Wie moet die ruimte geven? In eerste instantie overheden, ontwikkelaars en overige marktpartijen. Maar ook de vakwereld zelf: ontwerpers en planners.” Genoeg stof voor bij de borrel na afloop, waar nog lang wordt nagepraat door gasten en publiek.

Ben je graag aanwezig bij een volgende Rijnboutt Open? Meld je dan nu aan voor de genodigdenlijst.