Rijnboutt Academy: Welke invloed heeft de BENG op het ontwerp?

Vanaf 1 januari 2021 geldt de energieprestatie BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) 2019 voor alle nieuwbouw als opvolger van de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt). Tegelijkertijd wordt voor nieuw te bouwen woningen een grenswaarde gesteld aan de kans op temperatuuroverschrijding. Welke impact heeft deze nieuwe regelgeving op het ontwerp? Voor een antwoord op die vraag organiseerde Marleen van Driel, Senior Architect Duurzaamheid, i.s.m. Albert Huijssoon van Ingenieursburo Linssen een Rijnboutt Academy over BENG.

Voorheen leidde het aanscherpen van normen met name tot de aanpassing van installaties en het verbeteren van de schil. De BENG heeft daarentegen ook impact op het ontwerp. Vooral op de oriëntatie van een project, de open-dicht verhouding van de gevel en een optimale verhouding van de thermische schil t.o.v. het vloeroppervlak. Primaire ontwerpbeslissingen zijn bepalend om aan de eisen te voldoen. Een intensievere samenwerking met een installatie- of EP-adviseur in het schetsontwerp en voorlopig ontwerp lijkt hierdoor een logisch gevolg.

Wat zijn de eisen van de BENG?

De gebouwde omgeving is in Nederland bijna goed voor 40% van het energieverbruik en 36% van de CO2-emissies. Het invoeren van de BENG heeft als doel om het energieverbruik en de CO2-emissies te reduceren en om de inzet van hernieuwbare energie te stimuleren.

De BENG wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen. Aan alle drie de eisen moet worden voldaan. BENG 1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar BENG 2. Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar BENG 3. Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

BENG 1 gaat over de hoeveelheid energie die nodig is om een gebouw te verwarmen en te koelen. Bepalend is de factor Als/Ag. Hierbij wordt gekeken naar de hoeveelheid oppervlak waardoor het gebouw warmte kan verliezen (bijvoorbeeld via het dak of de gevel). Dit is het verliesoppervlak (Als). Het verliesoppervlak wordt afgezet tegen de hoeveelheid gebruiksoppervlak (Ag) van een gebouw. Hoe minder verliesoppervlak een gebouw heeft, des te compacter het is.

In het ontwerp is er een aantal factoren die invloed hebben op deze eis: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schil-isolatie, luchtdichtheid en zonwering. Huijssoon laat zien dat het ontwerp een duidelijk verband heeft met de energiebehoefte van een gebouw. ”Dit geldt in het bijzonder voor de vorm, de grootte van de glasopeningen en de oriëntatie. Deze aspecten hebben ook het grootste effect op BENG 1. Het gebruik van een grote glasoppervlakte op het zuiden en minder grote glasoppervlakten op het noorden hebben een positief effect op de energiebehoefte. Het toepassen van loggia’s hebben daarentegen een negatief effect. Dit komt door het vergroten van het verliesoppervlak, waardoor de factor Als/Ag hoger uitvalt.”

BENG 2 stelt een eis aan de maximale hoeveelheid energie uit niet-hernieuwbare bronnen. Oplossingen die invloed hebben op deze eis zijn onder andere: efficiënte installaties, ventilatie, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen, warmte terugwinning en toepassing van hernieuwbare energie.

BENG 3 staat voor het percentage hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Elk gebouw moet gebruik maken van hernieuwbare bronnen. Deze kunnen o.a. worden opgewekt door PV-systemen, zonneboilers, warmtepompen, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa, wind, waterkracht en externe warmte- en koude levering (mits hernieuwbaar).

En dan is er nog TOjuli

Naast de BENG komt er nog een eis: TOjuli. Een indicatiegetal waarmee per oriëntatie van het gebouw inzicht gegeven wordt in het risico op temperatuuroverschrijding in de maand juli. Hoe kleiner dit getal, hoe kleiner het risico van oververhitting. Hoe groter dus de kans dat de woning ook in de zomer comfortabel is. TOjuli is alleen van toepassing op woningen waar geen actieve koeling wordt toegepast.

Huijssoon: “Ingrepen die bijdragen aan het beperken van de temperatuuroverschrijding zijn oriëntatie, minder glas, verlagen ZTA-waarde glas, verhogen van de gebouwmassa, isolatiewaarden en ventilatie. Maar er is ook een aandachtspunt: de relatie tussen Beng 1 en 2 en TOjuli voor woningen. Deze eisen kunnen tegenstrijdig zijn. Zo kan een hogere isolatie een gunstig effect hebben op Beng 1 en 2, maar een te hoge TOjuli teweeg brengen.”

En? Welke invloed heeft de BENG op het ontwerp?

Vanuit het oogpunt van duurzaamheid gaat de regelgeving van de BENG wellicht nog niet ver genoeg. Het is geen enorme verbetering ten opzichte van de EPC. Maar wél vernieuwend is dat de BENG – meer dan de EPC – stimuleert hernieuwbare energie te gebruiken en dat er in regelgeving wordt vastgelegd dat je de energievraag van een gebouw beperkt. Dat heeft invloed op hoe je je gebouw oriënteert en hoe je je gevel ontwerpt.

Maar wat betekent de BENG dan voor de ontwerpvrijheid? Is het ontwerpen van een open, transparant gebouw nog wel mogelijk? Of schuilt er het gevaar dat je een eenduidige architectuur krijgt die voldoet aan de normen, maar waar het aan ruimtelijke kwaliteit ontbreekt?

Gebruiken we de BENG als invuloefening? Dan zou je kunnen stellen dat ons in de toekomst een land vol Bijlmerflats wacht. Met galerijen met overstek, een 50% open-dicht gevel en op het zuiden georiënteerd. Zien we de BENG als kans? Dan kan de beperkende factor juist inspirerend werken omdat we ons bewuster zijn van de invloed op het klimaat en van de natuurlijke bronnen op ons ontwerp. Uiteindelijk valt of staat het met de juiste rekenmethode, de ambitie van de norm en de creativiteit van de ontwerper. En daar is voor ons een schone taak weggelegd.

Rijnboutt en Ingenieursburo Linssen

Ingenieursburo Linssen is betrokken bij tal van innovatieve projecten. Ze zijn experts in installatietechniek en denken integraal en creatief van ontwerp tot uitvoering. Rijnboutt en Linssen werkten o.a. samen aan Sapphire in Den Haag en aan het Missiehuis in Driehuis.