P23 een jaar succesvol in gebruik

De ontwikkeling van de parkeergarage P23 met bijna 400 gerealiseerde plaatsen, sinds maart 2006 officieel in gebruik, vormt onderdeel van de grondige herstructurering van Amsterdam Zuidoost en in het bijzonder van het gebied rond het winkelcentrum Amsterdamse Poort. In de voormalige Bijlmermeer -een grootschalig volkshuisvestingsproject uit de jaren 60 en 70 wat is ontwikkeld in de geest van CIAM en aan vernieuwing toe was - worden de hoofdroutes voor gemotoriseerd verkeer naar het maaiveld terug gebracht. Dit was rond de Amsterdamse Poort niet mogelijk, daar de volledige infrastructuur eromheen, inclusief de bevoorrading van winkels en aansluitende parkeergarages, gebaseerd is op hoger gelegen wegen.

Inrit parkeergarage

Dit gaf ruimte voor de realisatie van de parkeergarage, die parkeermogelijkheden voor het personeel van de naastgelegen Belastingdienst Amsterdam en de Sociale Dienst, beiden gevestigd in een gebouw ontworpen door Rijnboutt Van der Vossen Rijnboutt bv, biedt. Tevens parkeert hier het personeel van het stadsdeelkantoor en heeft de parkeergarage een directe koppeling naar een naastgelegen supermarkt.

De bouw van de garage wordt gekenmerkt door een grote complexiteit vanwege de realisatie onder de Bijlmerdreef, een bestaand wegdek, dat in gebruik bleef en gerenoveerd werd tijdens de realisatie van de garage. Direct grenzend aan de parkeergarage werden bovendien een aantal andere projecten uitgevoerd, die ook allen impact hadden op de realisatie, en een hoge mate van afstemming tussen alle betrokken partijen vereisten.

Context, met links een deel van het kantoor Belastingdienst zichtbaar

P23 is in maart 2006 officieel in gebruik genomen. In de komende jaren zullen er nog enkele planonderdelen in uitvoering komen. Zo wordt in het najaar van 2007 het ovaalvormige paviljoen gerealiseerd, dat plaats moet gaan bieden aan een eetcafé op een uitgelezen positie aan het Anton de Komplein. Ook zullen in de loop van 2007 de laatste aansluitingen gereedkomen aan omliggende plannen, die nog niet gereed zijn. Het oorspronkelijke ontwerp behelst een garage die bijna 2 keer zo groot is; deze tweede fase, met een tweede hellingbaanstelsel, zal over enkele jaren gerealiseerd gaan worden.

In het ontwerp is uitgegaan van een materialisatie die duurzaam is en zorgdraagt voor een sociaal veilige omgeving. Zo brengen de opvallend hoge trappenhuizen daglicht tot op het parkeerdek en werken ze tegelijkertijd s’nachts als verlichte bakens in de omgeving.

Voor de kopgevel onder het dreefdek werden gecoate stalen schoepenroosters en voor de langsgevel onder het dreefdek metselwerk in een genuanceerde donkere steen toegepast. Door geperforeerde platen in de entrees van de hellingbanen toe te passen ontstaat een levendig lichtspel, beinvloed door steeds wisselende inval van licht; van buiten, van binnen en door koplampen van in- en uitrijdende auto’s.

Spel van licht en transparantie

De onderbouw van het genoemde ovale paviljoen met horeca functie is opgetrokken in een blauwe verglaasde steen in tegelverband. De zijkanten van de hellingbanen vanaf het dek zijn bekleed met 2-zijdig gecoat aluminium golfplaten, en de trappenhuizen met aluminium vliesgevels. De vloer werd in de kleur antraciet met een betonklinker in de tinten lichtgrijs en donkergrijs afgewerkt.

Parkeerdek

Bij de verschijningsvorm van de garage wordt met een artistieke invulling gezocht naar een aansluiting aan de grote diversiteit aan culturen, die het stadsdeel rijk is. De entreehekken (speedgates) van de hellingbanen van geperforeerde aluminium platen zijn voorzien met fotoafbeeldingen. Deze foto’s zijn genomen door Kees Hummel van deelnemers aan workshops van Imagine IC, een organisatie die zich inzet voor de verbeelding van de identiteit van culturen, en in de directe omgeving gevestigd is.

Speedgates bij in- en uitrit