Stedenbouw & duurzaamheid, een ontwerpcasus te Dordrecht

Willem’s Wetens Waardigheden door Willem Hermans

Ik ben met enige regelmaat ateliermeester bij het bureau stedenbouw & verkeer te Dordrecht. Atelier 11 heeft als onderwerp Stedenbouw en duurzaamheid. In het programma van het nieuwe college is duurzaamheid als een speerpunt opgenomen. De nadere uitwerking is van invloed op de stedenbouwpraktijk van alledag. Vandaar het besluit om in een interactieve werksessie, zoals een atelier bedoeld is, kennis, inzicht en vaardigheden over duurzaamheid met elkaar te bespreken en te testen aan de hand van een ontwerpcasus.

Tijdens de voorbereiding vielen we bijna in de valkuil van het containerbegrip duurzaamheid. Er is zoveel om kennis van te nemen; boeken, nota’s, congressen, leergangen, beoordelingskaders, voorbeeldprojecten. We zijn de vanzelfsprekend niet uit het oog verloren. Duurzaamheid zelf is geen (politieke)kwestie meer, maar met welke kennis, technieken en middelen gaan we nu echt aan de slag?

Naast een lijst van relevante aspecten, waar je als stedenbouwkundig iets mee moet doen, was een stedelijke verbouwingslocatie als casus gevonden. Een havengebied met stevige oude gebouwen, een molen en een modern kantoorgebouw naast veel water en door parkerende auto’s opgevulde lege landruimte. Kortom een geschikte locatie om, als in een laboratorium, te testen op de mogelijke aanpakken voor een integrale gebiedsvisie.

Waar ligt voor stedenbouwkundigen de essentie? In een robuuste structuur, in een handige korrelmaat, in het gebruik van mooi verouderende materialen; in de synthese van vaste waarden en veel flexibiliteit, zoals in de Amsterdamse Grachtengordel? Of heel ergens anders, in Afrika of India, waar wij, vier eeuwen geleden, onze robuuste forten plaatsen en waar de eigen bevolking in lichtgewicht onderkomens in de natuur hun eigen leven bleven leven. Lage dichtheid, tijdelijkheid, dichtbij ecologische duurzaamheid leidt tot lichte stedenbouw; een andere wijze van beschouwen en wat zijn dan de consequenties voor de ruimtelijke inrichting bij het opstellen van een integrale gebiedsvisie?

Kan het ook nog anders? Zijn er alternatieven die economisch, ecologisch beter zijn en onze steden, ons land, onze wereld beter houdbaar kunnen maken? Autarkie, kringloop, op eigen kracht in de eigen regio essentiële behoeften kunnen vervullen? Waar ligt dan de grens van het autonoom zijn?

Vanuit deze drie invalshoeken zijn we aan de slag gegaan. Robuuste structuren, handige kavelmaten, drijvende objecten en slim hergebruik van stevige gebouwen, maar ook markten voor regionaal voedsel, voor herbruikbare producten en veel aandacht voor tijdelijkheid in gebruik en van bouwwerken. Dit alles verscheen als resultaat bij de vele schetsen. Een dagdeel is kort, maar lang genoeg om te kunnen constateren dat duurzaamheid echt inhoud krijgt als je de lokale omstandigheid erbij betrekt.