Alleen werk je sneller, samen kom je verder!

Werksessie in de serre van Rijnboutt

Door: Jeroen Haan, De Beuk organisatieadvies

Zwart! Geheel in zwart gekleed, een design bril van een bekende modeontwerper, maatschappelijk georiënteerd en analytisch, bedachtzaam formulerend, een stevige visie op het tijdgewricht en overtuigd van een scherp mensbeeld. Een karikatuur of archetype van een architect of stedenbouwkundige?

In mijn praktijk als procesbegeleider bij projecten rondom gebiedsontwikkeling in het stedelijk en landelijk gebied kom ik ze nog tegen: professionals die vanuit hun eigen analyse van de situatie (beleids- en gebiedsopgaven) tot een ontwerp komen, dat ze als ‘grand design’ presenteren, en daarna met hand en tand verdedigen. Daarmee creëren ze ook meteen hun eigen tegenstand. Maar doordouwers krijgen het steeds moeilijker, omdat in het samenspel met mondigere politici, bestuurders, bewoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties ook verwacht wordt dat stedenbouwkundigen rekening houden met belangen, beweegredenen en behoeften van al deze betrokkenen.

In de politiek is het besef doorgedrongen dat je niet meer ‘een mooie toren in je eigen zandbak’ kan bouwen (ofwel een icoonproject waar de naam van de bestuurder aan is verbonden), om zo je bijdrage aan de maatschappij en/of nalatenschap te verzekeren. Een plan moet kunnen rekenen op enthousiasme en begrip (ook met ruimte voor weerstand), al is het maar omdat het diezelfde bewoners zijn die je er later als stemmer op aan kunnen spreken. Ook ontwikkelaars beseffen dat invloed van (toekomstige) bewoners helpt tot kwalitatief betere en beter bij de consumentenvraag aansluitende plannen te komen.

Wit? Zou dat dan moeten leiden tot stedenbouwkundige plannen die klakkeloos aansluiten bij wat Koning Burger wil? Waarbij de vraag zo soepel mogelijk wordt vertaald in een ontwerp?

Nee, want een goede professional is wel onafhankelijk, maar niet waardevrij. Hij werkt als vakman aan een ontwerp met de kennis en ervaring van zijn vakgebied. Daarbovenop onderscheidt een goede professional zich, doordat hij weet wat er speelt in de maatschappij, waar hij een opvatting over heeft en bij betrokken is. Niet om ‘uit te kunnen leggen hoe het moet’, maar om gericht te kunnen luisteren, samenvatten en doorvragen. Om zo tot een proces te komen waarin een ontwerp zich ontwikkelt tot een beter plan, dan alle losse individuen apart van te voren hadden kunnen bedenken.

Grijs is niet grauw, maar een mengeling van kleuren… In Nederland polderland hoor je dan ‘de waarheid zal wel in het midden liggen’, dus zwart met wit mengt tot grijs. En grauw grijs zou dan kunnen zijn ‘we doen allemaal een beetje water bij de wijn en komen zo tot een ontwerp waar iedereen geen nee tegen zegt…’.

Maar wit heeft alle kleuren in zich, zwart kan als contrast kleuren accentueren of verzachten, dus je kan ook op zoek gaan naar een goede mengverhouding waar kleuren in een samenspel tot hun recht komen in een prachtig, aansprekend ontwerp. Zo kan maatschappelijke betrokkenheid via goed luisteren leiden tot een kleurmenging waar veel mensen plezier aan beleven.

Daarvoor is het zaak niet alleen aan de inhoud van een ontwerp te werken, maar ook aandacht te hebben voor de interactieve manier waarop een ontwerp, met alle belanghebbenden en betrokkenen, tot stand komt. Waar je als professional anderen de ruimte biedt om invloed op het ontwerp te hebben, maar waar je ook professionele kaders en opvattingen in het proces inbrengt. Soms om het gesprek te voeden, soms om richting te geven, soms om te overtuigen.

Regenboogcoalitie in de Wildemanbuurt In de Wildeman- en Blomwijckerbuurt in Amsterdam Osdorp werd door het projectbureau bestaande uit het stadsdeel en zeven woningbouwcorporaties, gevraagd een vernieuwingsplan te maken waar buurtbewoners en -organisaties nauw bij betrokken zijn. Er werd door het projectbureau met De Beuk organisatieadvies een participatietraject georganiseerd waarbij oud, jong, blank, gekleurd, man, vrouw, huurders, kopers, ondernemers en vrijwilligers werden betrokken. Ze waren actief geïnformeerd en konden aangeven wat belangrijk was voor hun buurt om te behouden, om te veranderen of te verstevigen. Bij deze sessies waren stedenbouwkundigen van Rijnboutt en het stadsdeel aanwezig. Wilma Ruis en Jeroen Haan van De Beuk organisatieadvies zaten de sessie voor.

Rijnboutt heeft met het stadsdeel en de corporaties werk verricht, waarbij goed gebruik is gemaakt van de resultaten van de gesprekken met de bewoners, de bouwstenen van het vernieuwingsplan. Niet om te vertellen wat de plannen zijn voor de buurt, maar om te luisteren naar de verhalen van de mensen. Waar zitten sterke sociale verbanden? Welke voorzieningen en verbindingen kunnen bijdragen aan een fijne buurt? Zo is meegedacht hoe die verhalen een plek kunnen krijgen in het stedenbouwkundig ontwerp voor de buurt.

De bouwstenen voor het vernieuwingsplan zijn vertaald naar stedenbouwkundige randvoorwaarden. De randvoorwaarden zijn getoetst met ruimtelijke modellen, waarvan een maquette is gemaakt. Niet zo een die onder een plexiglas plaat nog net zichtbaar is, maar een waar je met gemodelleerde ‘bouwblokken’ verschillende woningtypen kan ‘uitproberen’: waar is hoogbouw mogelijk en creëer je kansen in de openbare ruimte, hoe trek je met nieuwe woningen andere doelgroepen naar de buurt? Het feit dat bewoners ervaren dat het nog geen eindplaatje is maar dat ze er met hun handen aan mogen zitten, helpt enorm om in gesprek te blijven over hun wensen. Maar ook om uit te leggen dat niet alle wensen gehonoreerd kunnen worden en wat de motivatie is om tot bepaalde keuzen te komen. Zo helpt Rijnboutt ook de bestuurder van het stadsdeel haar verhaal te houden, en helpt zij de ontwikkelde corporaties om het gesprek met hun bewoners te blijven voeren.

Stralend resultaat Bij het vernieuwingsplan voor de Wildemanbuurt blijkt dat het ondanks een grote bouw- en sloopopgave in een buurt met 90% sociale huur toch mogelijk is om in het samenspel tussen bestuurders, bewoners en professionals te komen tot een stralend resultaat. Met veel oog voor het proces en de samenwerking, is tot een goed inhoudelijk plan gekomen. Dat dit plan door de veelkleurige buurt wordt gedragen, blijkt na de presentatie van de bouwstenen, als bijna alle aanwezige bewoners er hun handtekening onder zetten.