Rijnboutt magazine #7 over nieuw optimisme voor de binnensteden

Kleine en middelgrote steden in Nederland, in het bijzonder de centrale winkelgebieden, hebben de laatste zeven jaar behoorlijk last gehad van de economische omstandigheden. Het goede nieuws is dat er ruimte is voor optimisme nu er een kanteling is waar te nemen in het denken van vastgoedeigenaren, retailers en gemeenten. Er wordt nadrukkelijker samengewerkt om binnensteden nieuw elan te geven.

Van het beheer van leegstand naar de ontwikkeling van ‘kans-locaties’. Dit is in een notedop de omslag in het denken. De landelijke overheid en de detailhandelsector hebben de gezamenlijke ambitie om in 2015 een nationaal reddingsplan te formuleren. Minister Henk Kamp van Economische Zaken gaat samen met het MKB, gemeenten en partijen een omvangrijke retailagenda opzetten, die ervoor moet zorgen dat leegstand in de sector wordt teruggedrongen. De concrete plannen worden begin 2015 gepresenteerd. In de Miljoenennota 2015 heeft het kabinet gesteld dat steden de economische groeifabrieken zijn van het land. Deze kwalificatie is een reactie op initiatieven van de twintig grote steden met 100.000 en meer inwoners. Deze initiatieven kenmerken zich door een integrale aanpak, een nauwe samenwerking tussen belanghebbenden en een ambitie om te experimenteren. Deze trend leidt in de grote steden tot het met elkaar verbinden van publiekstrekkers, waaronder populaire winkelketens, horecazaken, hotels en musea. De resultaten zijn bemoedigend: meer bezoekers, meer kwalitatieve attracties en meer ruimte voor (burger-) initiatieven en nieuwe concepten. Het ziet er naar uit dat het overgangsjaar 2014 gevolgd wordt door een periode waarin binnensteden met voldoende maat definitief de weg omhoog in kunnen slaan.

Dit “nieuwe optimisme” voor met name de binnensteden vormt de inspiratie om deze positieve trend nader te verkennen met een aantal experts, beleidsmakers, professionals en ondernemers. Hoe verhouden Amsterdam en Rotterdam zich tot elkaar, rekening houdend met beider unieke identiteit? In het openingsverhaal vertellen Esther Agricola en Astrid Sanson meer over de binnenstedelijke ontwikkeling van de twee grootste steden van Nederland. Vastgoedprofessionals Paul Bremmer (Kroonenberg Groep), Alphons Spaninks (AXA Real Estate) en Maurice Rijntjes (Redevco Nederland) spreken over de randvoorwaarden voor een aantrekkelijke binnenstad. Caroline Gehrels (Arcadis) laat zien hoe ze haar kennis en netwerk nu toepast in andere wereldsteden dan Amsterdam. Frans van der Avert (Amsterdam Marketing) praat over het succes van het merk ‘I amsterdam’. Anneke de Vries (Ahold) en Henk Philip (World of Delights) bezien de binnenstad vanuit het retail-perspectief. Straat-o-loog Pim van den Berg en retailer Frans van der Kraan (Emmes Group) gebruiken de kracht van verbeelding om kansen en nieuwe kans-locaties te exploreren. Marloes Krijnen (FOAM) gebruikt de binnenstad als podium voor tijdelijke evenementen.

In dit nummer is er extra aandacht voor de positieve ontwikkelingen in het centrum van Amsterdam. Het hart van de hoofdstad heeft de afgelopen 10 jaar een enorme kwaliteitsslag doorgemaakt en heeft ook sterk geprofiteerd van het groeiend aantal bezoekers. Dit succes heeft een keerzijde; een stad die bij miljoenen toeristen aan populariteit wint, kan zomaar aan zijn eigen succes ten onder gaan. Het is een kwestie van regie, luisteren, goed kijken, leren van elkaar, keuzes maken en programmeren. Rijnboutt geeft met dit magazine een aanzet tot het voeren van de noodzakelijke discussie over hoe stakeholders met vereende krachten bezig zijn om de Nederlandse stad toekomstbestendig te maken.

Het magazine is te downloaden via http://rijnboutt.nl/publications.