Centrum voor Nijmegen Noord
Nijmegen zet een stap van historische betekenis: de stad breidt zich uit aan de noordzijde van de rivier. Tussen de dorpen Oosterhout, Ressen en Lent wordt sinds 1998 gebouwd aan een nieuw stadsdeel, Nijmegen-Noord. Dit is in ruimtelijke zin de tegenhanger van de bestaande stad aan de overzijde van de rivier. Het wordt een compleet stadsdeel met een volwaardig niveau aan commerciële- en maatschappelijke voorzieningen. Het noordelijke en het zuidelijke stadsdeel van Nijmegen omarmen in de toekomst de tussenliggende rivier de Waal en de uiterwaarden.
Nijmegen-Noord moet met de bouw van circa 12.000 woningen voor een belangrijk deel voorzien in de woningbehoefte in de regio Nijmegen. In dit nieuwe stadsdeel komen meer dan 30.000 mensen te wonen. De stedelijke voorzieningen zoals winkels, kantoren en horeca voor de inwoners van Nijmegen-Noord worden samengebracht in De Citadel, het centrumgebied van de Waalsprong.
Om tot een Masterplan te komen voor het centrumgebied van de Waalsprong met voldoende draagvlak en concreetheid voor vervolgstappen is Rijnboutt begin 2008 benaderd om de rol van ontwerper en regisseur te vervullen in het proces. In een reeks workshops in Lent is, met alle betrokken partijen en ontwerpers, aan deze transformatie gewerkt. Via gezamenlijk ontwerpend onderzoek is er door alle betrokkenen een belangrijke bijdrage geleverd aan het Masterplan.
Het toekomstige centrumgebied voor de gehele Waalsprong, de Citadel, is gesitueerd rond het historische Fort Beneden Lent. Het gebied ligt direct aan de Oosterhoutse dijk en de Lentse Uiterwaarden, ingeklemd tussen de nieuwe stadsbrug en de bestaande spoorbrug en snelbinder (snelle fietsverbinding via de spoorbrug). De rivier heeft hier door de eeuwen heen een bijzonder landschap gemaakt. De weidsheid van dit landschap staat in groot contrast met de stedelijke kant van de Waal: de binnenstad van Nijmegen. Voor een belangrijk deel vormen de elementen – schatten – uit het bestaande natuur- en cultuurlandschap de inspiratie voor de planvorming. Daarvoor zijn alle cultuurhistorische elementen door de Gemeente Nijmegen in beeld gebracht en is tijdens de planfase onderzocht hoe deze in de toekomst herkenbaar kunnen blijven.
De uitgangspunten voor de totstandkoming van de Citadel zijn inspirerend, helder en werkbaar. De rationele lijnen van een stedelijk grid bieden structuur en overzicht. De superpositie van het grid met de ondergrond en de cultuurhistorische elementen verrijken en verlevendigen de stad. De lijnen van het grid vervormen, draaien en verschuiven door deze optelling op subtiele wijze. Verbindingen naar omliggende gebieden hebben een vergelijkbaar effect. De, deels op de historische situatie gebaseerde aansluitingen naar buiten, zijn van groot belang voor het in stand houden van bestaande routes en een vanzelfsprekende bereikbaarheid. De transformaties maken op deze manier de stad voor iedereen ‘leesbaar’.
Het grid heeft als stedenbouwkundige structuur in de historie bewezen zeer flexibel te zijn in de tijd. Opnieuw blijkt dat naast grote samenhang en eenheid op een groter schaalniveau, variatie en rijkdom ontstaat op het niveau van de onderscheiden bouwvelden en bouwblokken. Daar waar de rationele structuur in aanraking komt met rafelranden, bijzondere bebouwing, pleinen of oude lijnen in het landschap, ontstaan bijzondere plekken die extra betekenis toevoegen en tot een ‘afleesbare’ historische referentie leiden.
Zutphen rechtbank
Het Martinetbolwerk bood plaats aan de gevangenis van Zutphen achter de rechtbank. Toen de rechtbank, die op verschillende plekken in de stad gehuisvest was, ging concentreren, werd de gevangenis gesloopt om plaats te maken voor een geheel nieuw administratiegebouw met zittingzalen.
De locatie zelf was nog slechts het restant van het voormalige bolwerk. De eerste ingreep was dan ook een reconstructie van de vroegere vorm, waardoor voldoende ruimte ontstond voor de nieuwbouw. Deze is in een landschappelijke setting geplaatst waarin hoogtesprongen en borders van vaste planten de hoofdrol spelen.
Het oude, monumentale hoofdgebouw is gerestaureerd. Aan weerszijden is de lommerrijke groen sfeer gespaard door de grote bomen in het parkeerlandschap op te nemen. Tussen beide gebouwen ligt een intieme patio waaraan de personeelentree ligt. Met het monument, de nieuwbouw, de strakke lijnen van het bolwerk en het water is een fraai ensemble opgericht.
Grote Polder Zoeterwoude
Een blik op de Nieuwe Kaart van Nederland leert ons dat het denken vanuit een dualiteit tussen groen en rood geen houvast meer biedt om de problemen die we in de Randstad en het Groene Hart waarnemen, in goede banen te leiden. De recente repressie van de verstedelijkingsdruk is daarvoor weinig vruchtbaar gebleken en heeft nauwelijks bijgedragen aan de kwaliteit van het landschap. Daarom pleiten wij voor een oude Hollandse traditie waarin op ontspannen wijze wordt omgegaan met landschap en verstedelijking. Een offensieve benadering van de verstedelijkingsopgave kan gebruikt worden om de gewenste nieuwe verhouding tussen stad en landschap daadwerkelijk te realiseren. De visie op verstedelijking en landschapsontwikkeling is gemaakt op het planniveau van de Leidse regio en vertaald in een ruimtelijke verkenning voor Zoeterwoude. Het gebied aan weerszijden van de Oude Rijn is een relatief autonoom landschappelijk element dat het Groene Hart doorsnijdt en de schakel vormt tussen de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Leiden is in dit landschappelijk element een zelfstandige schakel in de Westflank van de Randstad.
De ondergrond voor de transformatie is het landschap en zijn waterhuishouding. Door manipulatie van de waterstand ontstaat een waaier van landschappen, die zich vanuit de Groen-Blauwe slinger richting de Grote Polder ontwikkelt. Gevoegd bij de bestaande structuren en de ontsluiting vanuit Leiden, ontstaat een attractief en afwisselend landschap waarbinnen ruimte is voor stedelijke ontwikkeling. Die verstedelijking is tegelijk ook de financiële motor achter de landschapsontwikkeling.




