Werkwijze
Voor elke opdracht wordt een multidisciplinair projectteam samengesteld. Rijnboutt heeft alle disciplines op het gebied van architectuur, stedenbouw, landschappen en erfgoed in huis. Eén, of twee directieleden samen, zijn van begin tot eind verantwoordelijk voor het team en de opdracht. Zij worden daarbij ondersteund door algemeen directeur Reneé Liefting en bureaumanager Paul Beijeman.
Het team wordt dagelijks aangestuurd door een projectleider. De projectleiders worden ondersteund door twee ervaren senior projectmanagers. Het team bestaat verder uit junior en of senior ontwerpers en tekenaars met een relevante specialisatie (bouwkunde, stedenbouw of landschap). Dit projectteam werkt in de beginfase van de opdracht zoveel mogelijk in atelierverband of in workshops. Hier worden het talent en de ervaring van directie en medewerkers gecombineerd met de expertise van de opdrachtgever en externe adviseurs in het ontwerpproces.
Op verschillende plekken in Nederland neemt Rijnboutt een bredere taak op zich dan alleen het leveren van het ontwerp. In ruimtelijke projecten met uiteenlopende belangen vervullen we een aanvullende rol. Het gaat dan om de regie, het conditioneren en de supervisie van ruimtelijke opgaven.
Als supervisor over grootschalige, complexe of langlopende projecten behartigen we de kwalitatieve belangen en ruimtelijke kwaliteit. Ingewikkelde ontwerpprocessen begeleiden we door middel van workshops, ateliers of symposia.
Rijnboutt kan in brede zin adviseren bij stedenbouwkundige processen en is in staat ruimtelijk onderzoek te organiseren. Rijnboutt schrijft regelmatig de bestemmingsplannen waarmee onze voorstellen maatschappelijk verankerd worden. Hierbij gaan we samenwerking met adviseurs op specialistische gebieden als ecologie, mobiliteit, energie en waterhuishouding aan. Hierbij blijft de integratie van deze bijdragen in het ontwerpproces onze verantwoordelijkheid.
In voorkomende gevallen nemen wij de verantwoordelijkheid op ons de werkzaamheden van de overige adviseurs in het planproces te coördineren. Op deze wijze verzorgen wij het integrale projectmanagement voor het gehele realisatieproces en kunnen wij onze expertise maximaal in het belang van de opdracht inzetten. Door integraal verantwoordelijk te zijn kunnen wij contractuele prestatieverplichtingen aangaan.
Kwaliteit
Rijnboutt heeft een systeem voor kwaliteitsbeheer opgezet, gedocumenteerd en geïmplementeerd volgens de eisen van de ISO 9001 en de afgeleide eisen uit de BRL 9990. Het kwaliteitsbeheersysteem van Rijnboutt is vastgelegd in het kwaliteitshandboek. Alle werkzaamheden vallen onder de in dit handboek beschreven werkwijzen.
Voor elke opdracht wordt een Plan van Aanpak opgesteld in overleg met de opdrachtgever. Doorgaans wordt dit plan van aanpak in de initiatiefase gemaakt en samen met het eerste concept voorlopig ontwerp vastgesteld. In het PVA worden de aspecten kwaliteit, geld, tijd, organisatie en communicatie per fase uitgewerkt.
Bureaumanagement
De algemeen directeur is samen met de bureaumanager verantwoordelijk voor het bureaumanagement. De projectmanagers ondersteunen de directie en sturen de projectleiders aan. Deze vervullen samen met de kwaliteitscoördinator een centrale rol in de kwaliteitsbewaking en de overdracht van kennis tussen de medewerkers.
De algemeen directeur en de bureaumanager zijn verantwoordelijk voor de integrale planning, personeelszaken, contracten, kostenbewaking en financiën. Per project is doorgaans één directielid verantwoordelijk voor het ontwerp en realisatieproces. De directie is collegiaal verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen Rijnboutt.
Planning en risicobeheersing
Rijnboutt neemt een actieve houding aan met betrekking tot voortgang en risicobeheersing. Wij stellen ons op als aanjager en katalysator en hechten veel waarde aan een organisatie- en processtructuur die erop gericht is het tempo hoog te houden. Wij nemen onze verantwoordelijkheid door per fase tijdig keuze- en toetsmomenten voor overleg met adviseurs, gebruikers en opdrachtgevers in te plannen.
Rijnboutt organiseert in veel projecten workshops. In deze workshops wordt met alle betrokkenen de actuele stand van het project doorgenomen. Risico’s worden geïnventariseerd en waar nodig worden in teamverband alternatieven besproken. Deze workshops leiden in de regel tot een versnelling van het proces en vergroten de betrokkenheid en het gevoel van verantwoordelijkheid van alle partijen.
In een toenemend aantal projecten gaat Rijnboutt een contractuele prestatieverplichting aan op het gebied van kosten, planning en de verantwoordelijkheid voor de integrale advisering bij het realisatieproces.
Kostendeskundigheid
Het bureau beschikt over deskundigheid op het gebied van kostenbeheersing. Met de ontwerpers wordt in de eerste fasen van de opdracht intensief samengewerkt om elke fase binnen een opgegeven budget op te leveren. Het heeft onze voorkeur om al in de beginfase gelijktijdig te tekenen en te rekenen. Wij maken op dat moment ook alternatieven inzichtelijk die het mogelijk maken bij te sturen op basis van het rekenen. Door per fase tijdig een financiële toets uit te voeren — en zo nodig tot bijstelling van het ontwerp over te gaan op het moment dat dit nog zonder verlies van kwaliteit mogelijk is — wordt veel tijd bespaard.
In het projectteam staan wij open voor alternatieven die een gunstige invloed hebben op zowel de realisatie als de exploitatiekosten tijdens de beheerfase. Waar mogelijk zoeken wij ook naar extra inkomsten. De projectleiders zijn mede verantwoordelijk voor een strakke aansturing op prijs en kwaliteit. De specifieke deskundigheid van een bouwkostendeskundige wordt, om redenen van objectiviteit, door ons extern betrokken.
BIM
Rijnboutt maakt tijdens het werken aan gebouwen gebruik van Building Information Modelling (BIM). Hierbij wordt alle relevante informatie over een ontwerp opgeslagen in een virtueel driedimensionaal model van het gebouw. Uit dit model worden alle doorsneden, plattegronden en gevels gegenereerd. Sinds 2008 wordt voor alle gebouwen een 3D informatiemodel opgezet in het programma ArchiCAD.
Door deze driedimensionale koppeling is de kans op fouten aanzienlijk kleiner ten opzichte van een klassiek tweedimensionaal werkmethodiek. Bovendien kan aan het gebouwmodel extra informatie toegevoegd worden over bijvoorbeeld functies, materialen, bezonning, afwerkingen en procesgegevens. Hiermee kunnen interactieve overzichten en meetstaten gegenereerd worden. Bovendien is in alle fasen van het ontwerpproces het ontwerp ruimtelijk inzichtelijk en kan veel gemakkelijker met alle betrokkenen over het ontwerp gesproken worden.
Voor de uitwisseling met adviseurs wordt afhankelijk van de gewenste integratie in samenwerking met onze BIM specialist een protocol opgesteld. Wij kunnen de verantwoordelijkheid op ons nemen Clash Controles uit te voeren tijdens het gehele ontwerpproces. Hierbij wordt de 3D informatie van meerdere adviseurs in één model samen gebracht om mogelijke conflicten vroeg in het ontwerpproces te traceren en inzichtelijk te maken. Hierdoor worden de faalkosten lager, en kunnen problemen vóór het bouwen worden opgelost.
Rijnboutt gelooft in samenwerking met verschillende disciplines onafhankelijk van de software en de werkmethodieken (openBIM). Dit betekent dat de 3D informatie uit de
Duurzaamheid
Rijnboutt is participant van het Dutch Green Building Council (DGBC) en heeft deelgenomen aan de klankbordgroep BREEAM-NL voor gebiedsontwikkeling en duurzame stedenbouw. Rijnboutt heeft een aantal BREEAM-NL experts nieuwbouw en gebiedsontwikkeling in huis die doorlopend worden geschoold. Deze experts geven tijdens het gehele ontwerptraject van een gebouw advies op het gebied van duurzame ontwikkeling. Zo kunnen wij de duurzaamheid van een gebouw gedurende het proces van ontwerp, realisatie en beheer sturen en indien gewenst vastleggen conform de gecertificeerde BREEAM-NL methode.
Het gesprek over aspecten van duurzaamheid verrijkt het ontwerpproces. De duurzaamheidagenda bevat onderwerpen die in een integraal ontwerpproces richtinggevend kunnen zijn. Klimaatneutrale gebiedsontwikkeling stelt bijvoorbeeld hoge eisen aan de organisatie van de stadsplattegrond. Betrokkenheid van belanghebbenden vraagt bijvoorbeeld een sterk adaptieve ontwikkelstrategie. Het programma van de duurzame stad levert een samenhangend beoordelingskader voor de inrichting van de stedelijke ruimte, gericht op een verbetering van het onderlinge economische, sociaal-culturele én ecologische functioneren. (Hans Mommaas, 2012)
De belangrijkste opgave in duurzaamheid is de aanpassing van het stedelijk gebied om dit geschikt te maken en te houden voor maatschappelijke ontwikkelingen (zowel groei als krimp) op een zo’n wijze dat gelijktijdig de kwaliteit in brede zin verbetert. Dit betekent ook dat het stedelijk gebied veel duurzamer moet worden o.a. om te zorgen dat klimaatneutraliteit en klimaatbestendigheid is gegarandeerd, de economische concurrentiepositie versterkt en de bevolking zich kan blijven ontplooien en thuis blijft voelen (sociaal-culturele opgave). Hierbij zit de grootste opgave binnen het bestaand stedelijk gebied.
Wat daarbij nodig is, is dat de aanpak van verschillende duurzaamheidthema’s (zoals energie, mobiliteit, groen, water, maar ook zaken als opleidingsmogelijkheden en vestigingsklimaat) worden samengebracht in de ontwikkeling van een gebied. Rijnboutt kiest voor een gebiedsgerichte invalshoek waarbij alle relevante duurzaamheidaspecten in samenhang worden bekeken. Dat schept ruimte voor synergie waar mogelijk, voor innovatieve oplossingen op het snijvlak van verschillende thema’s, en voor een ‘integrale’ kwaliteitsslag door niet alleen ambities na te streven op verschillende afzonderlijke thema’s, maar tegelijkertijd ook gebiedsspecifieke kwaliteiten te versterken.
Het samen met bewoners en gebruikers ontwikkelen en beheren van gebiedskwaliteiten is leidend. Een gezonde omgeving, die ruimte biedt voor veranderingen en onzekerheden in de toekomst, waarin geen problemen worden afgewenteld naar de toekomst of naar andere gebieden, moet het resultaat zijn. Planvormen voor de hogere schaalniveaus moeten daarbij voor het begeleiden van de ontwikkelingen zorgen zodat de juiste functies zich op de juiste plekken kunnen ontwikkelen.