BIM en circulair ontwerpen

De kracht van BIM en de noodzaak van effectieve digitalisering

BIM en duurzaamheid, de mogelijkheden zijn eindeloos! Als alles goed is ingevoerd, kun je met 1 druk op de knop van een BIM model een BEM model (building energie model) maken. Erg handig, want je ziet wat de warmte- en koelbehoefte is en hoeveel dagen van het jaar met de gekozen installatie het comfortabel is in je gebouw. En stel je voor, alle gebouwen in Nederland als BIM Model in het Madaster zodat we efficiënt circulair kunnen bouwen, we weten immers precies wat, waar en hoeveel er in het gebouw zit.

Dinsdag 28 november organiseerde Madaster een expertsessie over BIM en circulair bouwen, waar Femke Kamp (senior ontwerper duurzaamheid) bij aanwezig was. Wat het werk van Madaster moeilijk maakt is dat de mogelijkheden van BIM zo groot zijn, dat je je snel verliest in de gedetailleerdheid van de informatie. Het is handig om te weten wat er precies in het gebouw zit, maar ergens zit een optimum in het bereiken van een goed gevuld Madaster. Een paar gebouwen met informatie tot op de schroef met alle eigenschappen en specificaties of heel veel gebouwen met wat minder informatie (en toch BIM).

Welke manier, hoeveelheid en gedetailleerdheid van materiaalinformatie heeft het grootste effect op het bevorderen van circulariteit? Voor Madaster is dit een lastige vraag: ga je voor kwantiteit of kwaliteit? Welke voorwaarden werken beperkend en welke bevorderend voor zowel het aanleveren van informatie als voor het circulair ontwerpen.

Het is fantastisch dat we steeds meer weten, meten en kunnen analyseren, maar laten we vooral niet uit het oog verliezen wat en waarom we aan het bouwen zijn en voor wie, ook de toekomstige generatie. Even out of the BIM denken.

Naar aanleiding van de expert-sessie en een interne discussie met Mariëlle Vissers (BIM specialist bij Rijnboutt) wil Rijnboutt de volgende input aan Madaster meegeven wanneer zij met (informatie gekoppeld aan) BIM modellen gaan werken:

  1. ‘BIM’ is nooit 1 model. Er zijn van een gebouw presentatiemodellen van de architect, constructeur en installatieadviseur + tientallen (gedetailleerde) productiemodellen van de verschillende leveranciers. Welk model neem je als basis model voor het Madaster om materialen te zoeken? Zijn de overige modellen allemaal beschikbaar via het Madaster of moet je die bij de gebouweigenaar opvragen? Hoe gedetailleerd moet of mag het model zijn? Niet alle 3D informatie is nodig, heb je alle armaturen in 3D nodig of alleen informatie over de fabrikant en de aantallen? Te gedetailleerde modellen worden te zwaar.

  2. Wie levert, onderhoudt en controleert de gewenste informatie? Zet je deze informatie in het model (IFC parameter) of koppel je deze informatie aan het model middels een andere database, zodat ook iemand anders dit kan doen?

  3. Wie gaat de modellen / data bijhouden bij verbouwingen of vervanging van onderdelen? Hoe gedetailleerder het 3D model, hoe meer tijd (en kennis) het kost om de modellen up-to-date te houden. Dit wordt makkelijker wanneer het data is die gekoppeld is aan ruimtes (welke armaturen hangen waar en hoeveel).

  4. Bedenk hoe je met zo min mogelijk inspanning het grootste effect kunt halen (de 80-20 regel) en schrijf daar een ILS (Informatie Levering Specificatie) voor. Neem de BIM basis ILS als voorbeeld om te zien hoe je dit eenvoudig kunt communiceren, zodat de drempel laag is om in te stappen.

  5. Vraag niet om te veel informatie, hoe meer informatie hoe onbetrouwbaarder deze wordt, alle informatie moet gecontroleerd zijn. Onbetrouwbare informatie maakt een model onbruikbaar.